Voeding en MS

Bij MS-klachten kan het nodig zijn om anders te gaan eten. Als u kauw- en slikproblemen hebt, zorg dan toch dat u genoeg blijft eten en drinken. U kunt de korstjes van het brood snijden en eten pureren. Probeer ook als u te moe bent om zelf te koken, goed te eten. Als u last hebt van verstopping, helpt het om veel te drinken en veel voedingsvezels te gebruiken. Medicijnen kunnen invloed hebben op uw voeding. Het is raadzaam bij hoge doseringen prednison weinig zout en veel melk(producten) te gebruiken om het vasthouden van vocht en botontkalking tegen te gaan. Door interferon kunt u een griepachtig gevoel krijgen en is het belangrijk op te letten dat u toch genoeg eet en drinkt. Voeding wordt ook soms als therapie voor MS gebruikt, in de vorm van verschillende diëten. Gebruik diëten alleen in overleg met een arts of diëtist.

Eten bij MS-klachten

Bij sommige MS-klachten kan het nodig zijn anders te gaan eten. De voeding op een goede manier aanpassen is vaak ingewikkeld. Uw huisarts en de diëtist kunnen u hier goede persoonlijke adviezen over geven. De adviezen die hier worden gegeven kunnen daar een aanvulling op zijn.

1. Goed gewicht

Op het goede gewicht blijven is voor veel mensen een probleem. Ook door MS kunt u te weinig of juist te veel eten. Door moeheid, kauw- en slikproblemen of een gebrek aan eetlust kan uw gewicht gaan dalen. Als u door MS minder gaat bewegen of bijvoorbeeld uit verveling meer gaat eten, kan uw gewicht toenemen.

Hierna staat wat een volwassene ongeveer per dag nodig heeft. Als u wilt afvallen moet u minder eten dan hier staat. Als u wilt aankomen juist meer. Hoeveel voedsel u nodig hebt hangt natuurlijk ook af van wat u op een dag doet. Hoe meer u doet, des te meer hebt u nodig. Wanneer u heel passief bent, zult u minder nodig hebben.

In deze tabel staat alleen het ‘gewone’ voedsel (de basisvoedingsmiddelen). Wanneer u andere dingen wilt eten of drinken, kunt u ze vervangen. Overleg hierover met de huisarts of de diëtist. Variatie is heel goed mogelijk en belangrijk­! Wanneer u vegetarisch eet kunt u vleeswaar vervangen door een eiergerecht, notenpasta of kaas.

Wat heeft een volwassene per dag nodig?

Onderstaande tabel geeft aan wat voor u normale hoeveelheden zijn. De kleinste hoeveelheden gelden voor vrouwen, de grootste hoeveelheden voor mannen. (Bron: www.voedingscentrum.nl.)

20 - 50 jaar

50 - 70 jaar

ouder dan 70

Volkorenbrood

6 - 7 sneetjes

5 - 6 sneetjes

4 - 5 sneetjes

Aardappelen (of zilvervliesrijst, volkorenpasta, peulvruchten)

4 - 5 aardappels of opscheplepels rijst, pasta, peulvruchten

3 - 4 aardappels of opscheplepels rijst, pasta, peulvruchten

2 - 4 aardappels of opscheplepels rijst, pasta, peulvruchten

Groente

4 groentelepels of 200 g

4 groentelepels of 200 g

3 groentelepels of 150 g

Fruit

2 vruchten of 200 g

2 vruchten of 200 g

2 vruchten of 200 g

Zuivel

450 mlmelk(producten), 1,5 plak kaas

500 ml magere melk(producten), 1,5 plak kaas

650 ml magere melk(producten), 1 plak kaas

Vlees(waren), vis, kip, ei of vleesvervangers

100 - 125 g, 2 maal per week vis

100 - 125 g, 2 maal per week vis

100 - 125 g, 2 maal per week vis

Halvarine

Bak- en braadproducten

30 - 35 g

1 eetlepel

25 - 30 g

1 eetlepel

20 - 25 g

1 eetlepel

Vocht/drinken (geen alcohol)

1,5 - 2 liter

1,5 – 2 liter

1,5 - 2 liter

Hulpmiddelen van het Voedingscentrum

Het Voedingscentrum biedt een aantal handige hulpmiddelen om u te helpen gezond te eten en op een gezond gewicht te blijven.

  • Allereerst zijn er de regels die het Voedingscentrum heeft opgesteld voor gezonde voeding. Deze zijn eenvoudig en praktisch: u kunt ze vrij eenvoudig zelf toepassen.
  • Het tweede hulpmiddel is een overzicht van de dagelijks aanbevolen hoeveelheden: een lijst van wat u dagelijks gemiddeld mag eten. De lijst biedt u inzicht in hoeveel u eigenlijk eet.
  • Het derde hulpmiddel is de variatielijst. Dit is een uitgebreid overzicht van voedingsmiddelen waarbij steeds de variaties worden aangegeven: producten die u bij voorkeur gebruikt, producten die u soms kunt gebruiken en producten die u beter kunt vermijden.

Zie voor deze hulpmiddelen: www.voedingscentrum.nl.

2. Kauw- en slikproblemen

Als het door MS moeilijker wordt om te kauwen of te slikken, zorg dan toch dat u genoeg blijft eten en drinken. Het kan nodig zijn om de voeding aan te passen, waardoor u minder hoeft te kauwen en gemakkelijker kunt slikken. Bijvoorbeeld:

Broodmaaltijden

  • Snijd van het brood de korstjes af en beleg het met zacht beleg zoals smeerkaas, smeerworst, notenpasta’s, sandwichspread, roomkaas of ragout.
  • Vervang brood door pap (zelfgemaakt of kant-en-klaar gekocht), vla of kwark met vruchtenmoes.
  • Gebruik eens een maaltijdsoep, eventueel gemalen en dan gezeefd.

Warme maaltijden

  • Pureer vlees, vis, kip, groente en aardappelen apart met behulp van een staafmixer of keukenmachine.
  • Bereid een gemixte maaltijd: alle onderdelen van de maaltijd op de normale wijz­e bereiden en daarna - goed gaar - bij elkaar pureren of mixen tot een fijne massa. Voeg tijdens het mixen bouillon, jus of groentenat toe.
  • Wanneer u geen tijd hebt om te koken kunt u gebruik maken van kleutervoeding. Het gebruik van twee potjes daarvan komt ongeveer overeen met één warme maaltijd. U kunt deze potjes spreiden over twee maaltijden.

Fruit

  • U kunt in een sapcentrifuge of keukenmachine fruit fijn maken en eventueel verdunnen met vruchtensap, melk(producten), room en water;
  • Als het niet lukt vers fruit te gebruiken, kunt u vruchtensap uit een pak gebruiken. Aan sinaasappel- en grapefruitsap is vitamine C toegevoegd, aan ander­e vruchtensappen niet. Gebruik daarom per dag minimaal één glas van deze sappen. Als ze te scherp zijn kunt u als alternatief ook limonade maken van rozebottelsiroop, ook daar zit vitamine C in.
“Ik was al niet zo’n goede eter, maar door de MS werd de maaltijd een kleine ramp. Ik heb moeite om te kauwen en te slikken. Daardoor begon ik er tegen op te zien om te eten. En dan dat gepureerde eten! Als ik zo’n zielig hoopje op m’n bord zag liggen... In het begin sloeg ik de maaltijd wel eens over. Blijf ik lekker slank, zei ik dan. Maar dat bleek niet vol te houden, ik werd echt te dun. Ik maak er tegen­woor­dig een punt van om voldoende te eten. Als ik niet te moe ben probeer ik de tafel leuk te dekken met een tafellaken, servetten of een bos bloemen. Dan krijg je vanzelf meer zin om te eten. Een feest zal het denk ik nooit worden­, maar zo is het goed te doen.”

3. Vermoeidheid

Bent u te moe om warme maaltijden klaar te maken, dan zijn er de volgende mogelijkheden:

  • Kies voor kant-en-klaarmaaltijden (diepvries of vers).
  • Maak gebruik van een maaltijdvoorziening zoals tafeltje-dek-je of andere instanties. Overleg hierover met uw maatschappelijk werker, uw huisarts of diëtist.
  • Als boodschappen doen vermoeiend is, kunt u ze voor meerdere dagen tegelijk in huis halen. Tip: op koopavond is het rond etenstijd vaak stil in winkels.
  • Als u een vriezer hebt, kook dan voor twee dagen en vries de helft in.
  • Schakel hulp in; dat kan de gezinszorg zijn, maar u kunt ook afspreken dat mensen die u kent regelmatig bij u komen koken.
  • Begin vroeg in de dag met koken als u nog niet moe bent.
  • Eten kan gemakkelijk snel worden opgewarmd in een magnetron; dit is niet ongezond.

4. Verstopping (obstipatie)

Een moeilijke stoelgang kan komen door verkeerde voedingsgewoonten, weinig activiteiten of een tekort aan vocht. Probeer de volgende adviezen op te volgen:

  • Zorg dat u voldoende drinkt; drink bij obstipatie minimaal twee liter per dag, dit zijn zes tot acht glazen. Varieer daarbij met water, thee, koffie, bouillon, groente­sap, vruchtensap en (light) frisdrank. Neem voor de afwisseling eventueel alcoholvrij bier.
  • Neem een glas lauw water op de nuchtere maag.
  • Gebruik voldoende voedingsvezels; dat zijn de moeilijk te verteren delen van groenten en fruit. Deze zorgen er voor dat de darmen harder gaan werken, onde­r andere doordat ze in de darm vocht binden. Hierdoor wordt de ontlas­ting zachter (wat goed voor de stoelgang is). Voedingsvezels zitten onder meer in grove graan­producten (volkorenbrood, roggebrood, havermout, muesli), zilver­vliesrijst, groente, fruit (gedroogde zuidvruchten) en noten.
  • Neem een goed ontbijt, bijvoorbeeld twee sneetjes volkorenbrood, een groot bord pap of een portie yoghurt met vier eetlepels muesli.
  • Als de klachten niet verminderen nadat u de hiervoor genoemde adviezen hebt opgevolgd, kunt u uw arts vragen laxeermiddelen voor te schrijven. Bij voorkeur ‘bulkvormers’ (Metamucil, Psylliumvezels, Volcolon, Normacol, Fiberform).

5. Medicijnen en voeding

Medicijnen die bij MS worden gebruikt kunnen invloed hebben op uw voe­ding.

a. Prednisongebruik

Het gebruik van hoge doseringen prednison heeft een aantal bijwerkingen die te maken hebben met voeding:

Overgewicht

Door prednison houdt u extra vocht in het lichaam vast. Dit merkt u onder andere aan: dikke voeten en enkels, en ringen die opeens erg strak gaan zitten. Blijf ook dan in ieder geval voldoende drinken en normaal eten. Blijft uw gewicht stijgen, pas dan uw voeding aan zoals bij goed gewicht beschreven staat. Verder wordt aangeraden om het gebruik van zout in de voe­ding te beperken. Dit betekent zo min mogelijk zout toevoegen, weinig gebruik maken van kant-en-klaar-producten, soep, zoutjes, conserven (in blik, pot of glas), gemengde kruiden met zout en andere smaakversterkers zoals maggi, adjitomoto, ve-tsin (natrium­glutamaat) en ketjap.

Botten

Prednison heeft als bijwerking onder andere botontkalking. Gebruik daarom ten minste 1000 milligram calcium (kalk) per dag. Deze hoeveelheid zit bij­voorbeeld in 5 porties melk, melkproducten of kaas. Wanneer uw arts extra kalktabletten (calcium) voorschrijft zijn deze extra’s niet nodig.

b. Interferontherapie

Interferon-therapie geeft vaak een ‘griepachtig’ gevoel. Door dit gevoel vermindert de eetlust. Let daarom bij interferontherapie op de volgende punten:

  • Zorg dat u voldoende eet (zie de tabel hierboven). Vervang wat in de tabel staat zo nodig door: (maaltijd)soep in plaats van een warme maaltijd.
  • Zorg dat u voldoende drinkt. Probeer niet anderhalf maar twee liter per dag te drinken. Drink caloriehoudende dranken zoals melk, karnemelk, yoghurtdranken, chocolademelk, biogarde, milkshake, vruchtensap, limonade, soep enzovoort­­.
  • Wanneer het niet mogelijk is genoeg te eten en uw gewicht daalt, dan raden wij u aan advies van een diëtist te vragen. De diëtist kan u u advies geven over uw normale voeding en eventueel over het aanvullen met dieetproducten (onder meer Fantomalt) en bijvoedingen (onder andere Nutridrink, Ensure plus, Fresubin energy, Resource). Deze dieetproducten en bij­voedingen bevatten veel calorieën. Zij zijn vrij duur en worden alleen door de verzekeraar vergoe­d als zij door een arts zijn voorgeschreven.
  • Door minder bewegen en minder eten krijgt u ook minder vezels binnen. Daardoor komt de ontlasting ook wat moeilijker.

6. Voeding als therapie voor MS

Voeding is geen geneesmiddel voor MS. Er worden soms diëten geadviseerd bij MS (zoals het Evers-dieet en de glutenvrije voeding). Als u besluit over te gaan tot een van deze voedingen, neem dan contact op met uw arts of diëtist. Als u deze diëten zomaar volgt, bestaat de kans dat u te weinig voedingsstoffen binnen­krijgt. Over het effect ervan op langere termijn is bovendien vaak weinig bekend.

Waar vindt u een diëtist?

Diëtisten zijn te bereiken in het ziekenhuis, op de polikliniek, bij de thuiszorgorganisatie of in hun eigen praktijk. De diëtist met een eigen praktijk kunt u vinden in de Gouden Gids. Voor een diëtist in uw omgeving kunt u ook bellen met de Nederlandse Vereniging van Diëtisten. (030- 634 62 22, www.nvdietist.nl).

Vrij gevestigde diëtisten en diëtisten van de thuiszorg kunnen worden bezocht met een verwijzing van de huisarts. Voor het bezoeken van een diëtist in het ziekenhuis en polikliniek is een verwijzing van de specialist in het ziekenhuis nodig.

Alle informatie op het gedeelte 'Alles over MS' van deze website: copyright Stichting September/September Multimedia, info@stichtingseptember.nl