Zwangerschap

MS hoeft het krijgen van kinderen niet in de weg te staan. Wel zijn er meer dingen waar u rekening mee moet houden. Zo moet u misschien een stabiele periode afwachten voor u probeert zwanger te worden. Tijdens de zwangerschap hebben veel vrouwen minder terugvallen, maar in de periode erna juist meer. Daarom is het vooral belangrijk te zorgen voor veel hulp nà de bevalling.

Kinderwens en MS

Vrouwen krijgen ongeveer anderhalf maal zo vaak MS als mannen, en zij zijn gemiddeld ook jonger dan mannen wanneer zij MS krijgen. Als vrouwen MS krijgen is dit vaak in de vruchtbare periode van hun leven. Velen zullen zich afvragen of zij nog kinderen kunnen krijgen, of het kind ook MS zal krijgen, of ze een bevalling wel aan kunnen enzovoort.

MS hoeft het krijgen van een kind niet in de weg te staan. U moet wel met meer dingen rekening houden. Hierna wordt beschreven wat MS betekent vóór, tij­dens en na een zwangerschap.

Houd er rekening mee dat hier veel voorkomende situaties worden beschreven, maar dat iedereen anders is. Dus, wat u leest geldt voor een groot aantal mensen, maar hoeft niet per se op u van toepassing te zijn.

Vóór de zwangerschap

Wanneer de MS stabiel is - dat wil zeggen, u krijgt geen nieuwe klachten en er zijn geen grote wisselingen in klachten - kunt u zonder al te veel bezwaren zwanger worden. Vrouwen die een periode van verslechtering meemaken of doorlopend achteruitgaan, kunnen beter een wat stabielere periode afwachten. Hoe stabieler het ziektebeeld, hoe gunstiger.

Als algemeen advies geldt: bespreek uw kinderwens met uw huisarts, uw n­euro­loog en eventueel uw gynaecoloog. De uiteindelijke beslissing ligt natuurlijk bij uzelf en uw partner.

Wat speelt bij deze beslissing een rol?

Elke vrouw, met en zonder MS, zal zich proberen voor te stellen hoe een zwangerschap zal zijn en hoe het zal zijn om een kind te hebben. Bij MS speelt hierbij nog een aantal andere zaken een rol:

  • Niemand kan zeggen hoe MS zich bij u in de toekomst zal ontwikkelen. U moet er rekening mee houden dat uw klachten kunnen verergeren, hoe langzaam dit ook gaat. Of u een gezin kunt stichten hangt onder meer af van hoe goed u zich voelt, hoeveel steun u kunt verwachten van familie en vrienden en hoeveel professionele hulp u kunt inschakelen als dat nodig is.
  • Niemand weet van tevoren hoe een kind zich zal gedragen. Het kan een vro­lijk kind zijn, of een kind dat de eerste maanden veel huilt en extra aandacht nodig heeft. Dit is voor elke ouder zwaar, maar voor mensen met MS (die vaak eerder moe zijn) kan dit nog wat zwaarder zijn. Ook dan is het goed om van tevoren te bespreken op welke extra hulp u kunt rekenen.
  • Voordat u een besluit neemt kunt u met andere vrouwen die MS én kinderen hebben, praten over hun ervaringen. Praat bij voorkeur met vrouwen bij wie MS zich op eenzelfde manier lijkt te ontwikkelen als bij u.
  • Veel mensen met MS die er over denken om kinderen te krijgen zullen zich afvragen of het kind bij hen niets te kort zal komen. Zij zijn bijvoorbeeld bang dat ze door vermoeidheid niet aan hun verplichtingen als ouder kunnen voldoen. Sommigen besluiten daarom kinderloos te blijven. Anderen vinden dat iemand met MS een kind wel goed kan opvoeden, ook al moet een ouder wat vaker rusten en derge­lijke. Zij zeggen dat een opvoeding met veel liefde, vertroeteling en plezier veel belangrijk­er is dan dat een ouder af en toe wat moe is.
  • Sommige vrouwen kiezen voor twee of meer kinderen, zodat de kinderen met el­kaa­r dingen kunnen doen of steun aan elkaar kunnen hebben. De verzorging van twee kinderen zal wel meer vergen van de ouders dan de zorg voor één kind.
  • Omdat sommige vrouwen medicijnen gebruiken kan dit ook een rol spelen bij de beslissing over wel of geen kinderen. Vóór de zwangerschap wordt aangeraden zo min mogelijk medicijnen te gebruiken. Uw lichaam moet zo ‘schoon’ mogelijk zijn, overleg hierover met uw arts.

Zwanger worden

Als u last hebt van spierstijfheid (spasticiteit) en sterke spasmen in uw benen hebt of in de spieren rond uw vagina, is het soms niet eenvoudig om zwanger te worden omdat geslachtsgemeenschap niet mogelijk is. Wanneer medicijnen en andere behandelingen niet helpen zijn er verschillende alternatieven, bij­voorbeeld kunstmatige inseminatie met sperma van uw partner en reageerbuisbevruchting (IVF). Informeer bij uw huisarts of bij een gynaecoloog naar mogelijkheden, voorwaarden en kosten.

Wat kunt u bespreken en regelen?

  • Denk na over eventuele aanpassingen in huis. Het kan handig zijn om de babykamer beneden te hebben, dichtbij, zodat u niet steeds de trap op hoeft.
  • Steun bij de verzorging van het kind is van groot belang. Het kan zijn dat deze hulp helemaal niet nodig zal zijn omdat u alles goed blijkt aan te kunnen. Maar wanneer alles niet zo gaat als u het zou willen is het prettig als vooraf al geregeld is wie u zal helpen. De inzet van uw partner is van belang. Kan hij een deel van de verzorging of de zorg voor het huishouden op zich nemen? Is thuis werken voor hem een mogelijk­heid? Uw partner moet echter ook regelmatig kunnen bijkomen. Dat kan door gezinszorg in te zetten, door particuliere huishoudelijke hulp en door steun van familie of vrienden. Zoek uit op wie u nog meer kunt rekenen en hoe vaak. Kunt u een beroep op hen doen als u moe bent? Is dit een vaste afspraak? Kunt u het kind bijvoorbeeld één dag in de week bij iemand kwijt? Is een peuter- en kinderdagverblijf een deel van de oplossing? De wachttijden van kinderdag­verblijven zijn soms lang en er zijn kosten aan verbonden.
  • Vaste afspraken werken vaak prettig, bijvoorbeeld één dag in de week of om de week. Dan kan iedereen er rekening mee houden en het voorkomt dat u alleen ‘in nood’ een beroep op iemand moet doen. Als u zich goed voelt en het kind gaat toch op een vaste dag naar een gastgezin, is het prettig een dag voor uzelf te hebben.
  • Neem voldoende tijd voor uw relatie. In elk gezin waar een kind geboren wordt, zeker als dit het eerste kind is, komt de relatie onder druk te staan. Alles is vreemd, nieuw, druk en vermoeiend. Als u regelmatig tijd voor u zelf en voor elkaar hebt, is het drukke leven beter vol te houden en kunt u er meer van genieten.

Hoe lang u ook over wel of geen kinderen nadenkt, het zal altijd een sprong in het diepe blijven. Dit geldt niet alleen voor mensen met MS, maar voor iedereen. Kinderen opvoeden en grootbrengen is een zware klus, maar wanneer u kunt rekenen op voldoende hulp van anderen, hoeft u het plezier dat kinderen kunnen geven, niet te missen.

“Toen ik hoorde dat ik MS had dacht ik meteen dat ik geen kinderen kon krijgen. Dat bleek echter helemaal niet waar te zijn. Na er veel over gelezen en gepraat te hebben met mijn man kozen we voor het krijgen van een kind. Tijdens de zwangerschap ging alles prima, ik had zelfs minder last van terugvallen. Vlak na de bevalling van onze dochter kreeg ik echter juist meer terugvallen en dat was erg naar. Toch kan ik zeggen dat het geluk van het hebben van een blakend gezond kind opweegt tegen mijn MS-klachten! Onze dochter is trouwens vernoemd naar mijn moeder. Als trotse oma springt zij graag bij, wanneer ik moe ben en soms ook als ik níet moe ben, zodat ik af en toe ook nog tijd heb voor mezelf.”

Tijdens de zwangerschap

Het kan zijn dat tijdens de zwangerschap aan het licht is gekomen dat u MS hebt. Dat betekent niet dat u MS krijgt omdát u zwanger bent: MS was al in uw lichaam aanwezig. Als tijdens uw zwangerschap blijkt dat u MS hebt, is dat op zich geen reden om de zwangerschap af te breken.

Tijdens de zwangerschap zult u minder terugvallen (Schubs) hebben dan wanneer u niet zwanger bent. Dit geldt voor vrouwen die al MS hadden vóór de zwangerschap en voor vrouwen bij wie tijdens de zwangerschap blijkt dat zij MS hebben.

Hoe de zwangerschap verloopt, hangt af van uw conditie en de MS-klachten. Maar er spelen nog veel meer zaken dan MS een rol. Bijvoorbeeld: hoe goed u met tegenslagen kunt omgaan, of u voldoende rust neemt, of u de gelegenheid hebt om van uw zwangerschap te genieten, of u steun krijgt van uw partner, familie enzovoort.

MS speelt dus wel een rol, maar is zeker niet het enige dat bepaalt hoe uw zwangerschap zal verlopen.

Tijdens de zwangerschap zijn er geen extra zwangerschapscontroles nodig. U kunt naar een gynaecoloog gaan, omdat veel vrouwen met MS in het ziekenhuis bevallen, maar ook de verloskundige of de huisarts kan de zwangerschaps­controles doen. Ook zwangerschapsgymnastiek is mogelijk. De (adem­­ha­lings)oefeningen die hier worden geleerd kunnen een goede steun zijn tijdens de bevalling. Sommige oefeningen kunnen wat moeilijker zijn, afhankelijk van de klachten die u hebt.

Mocht er tijdens de zwangerschap sprake zijn van een terugval, dan wordt een medicijnkuur afgeraden in verband met mogelijke schadelijke effecten op het kind.

Abortus

In de eerste maanden van de zwangerschap kan een abortus nodig zijn als u ernstig gehandicapt bent, veel hulp en verzorging nodig hebt, maar vooral wanneer de klachten plotseling erger worden en niet met medicijnen binnen de perken te houden zijn. Hierover zult u vanzelfsprekend uitgebreid met uw partner praten.

Als er na drie maanden zwangerschap nog een abortus nodig is, is dat eigen­lijk net zo zwaar als een keizersnede (zie hierna). Na een keizersnede kunt u zich het beste aan de adviezen houden die voor de periode na de bevalling worden gegeven: thuis bijkomen, hulp inschakelen en de tijd nemen om weer op de been te komen. Als u een tijd lang minder last hebt van klachten en stabiel blijft, kunt u met uw huisarts of neuroloog bespreken of u opnieuw zwanger zou kunnen worden.

De bevalling

Voor de bevalling zelf zijn geen bijzondere maatregelen nodig. De mensen die betrokke­n zijn bij de bevalling moeten wel weten dat u MS hebt, zodat zij kunnen ingrijpen als dat nodig is. Bevallen is zwaar werk, zeker voor een vrouw die door MS een wat minder goede conditie kan hebben. U kunt in een ziekenhuis bevallen, maar het kan ook thuis. Gynaecologen adviseren vaak een ziekenhuisbevalling.

Een bevalling voor een vrouw met MS verloopt niet veel anders dan bij vrouwen zonder MS. Dit klinkt misschien raar maar dit kan te maken hebben met het feit dat het vaak jonge vrouwen zijn die bevallen, bij wie de ziekte nog niet zo actief is.

Veel mensen met MS hebben een wat grotere hoeveelheid van een bepaald hormoon in hun lichaam (prostaglandine). Dit hormoon bepaalt onder meer de ontsluiting bij de bevalling. De ontsluiting verloopt dus vaak vlot bij vrouwen met MS. Het laatste gedeelte van de bevalling, wanneer de baby ter wereld komt, kan wat moeilijkheden met zich meebrengen. Sommige vrouwen hebben te weinig spierkracht om te persen of de arts wil dat u niet al te vermoeid raakt. Dan worden er bij de bevalling hulpmiddelen gebruikt, zoals een tang. De kans op pro­blemen met de bevalling is groter als u in een rolstoel zit of in bed ligt, als uw onder­lichaam verlamd is of als u veel last hebt van spierstijfheid.

Overleg met uw huisarts, neuroloog en eventueel uw gynaecoloog en an­esthesist (deze arts regelt de verdoving tijdens de operatie) ook over de mogelijkheid en gevolgen van een keizersnede.

Als u tijdens de bevalling verdoofd wordt of spierontspanners krijgt, moet de hoeveelheid worden aangepast in verband met MS. Sommige artsen zijn tegen een ruggenprikverdoving, omdat ze bang zijn daarmee een terugval in MS te veroor­zaken. De kans daarop is bijzonder klein.

Keizersnede

Een keizersnede is eigenlijk een operatie. Bespreek de gevolgen hiervan op uw MS met uw neuroloog en met de anesthesist.

Na de zwangerschap

Tot en met de bevalling geeft MS dus meestal weinig problemen. De aandacht moet eerder geconcentreerd worden op de eerste drie maanden na de zwangerschap. In totaal zou u kunnen spreken van een ‘zwangerschapsjaar’. De kans dat u in die periode een terugval krijgt, is namelijk tweemaal zo groot als in ‘niet-zwangere’ jaren. U kunt extra terugvallen verwachten met name in de eerste drie maanden na de bevalling, met een uitloop tot negen maanden. Dat kan komen doordat uw hormoonspiegel verandert of doordat u extra moe en gespannen bent door het verzorgen van uw kind. Uw nachtrust wordt in het begin onderbroken en de dagelijkse gang van zaken is sterk veranderd. Al deze dingen zorgen dat u (net als elke moeder) moe wordt.

Vrouwen met MS die een kind niet door een zwangerschap maar door adoptie hebben gekregen, hebben soms ook een terugval in de eerste paar maanden nada­t het kind er is. Deze terugval kan dus niet door de zwangerschap of de bevalling zijn veroorzaakt maar lijkt meer te maken te hebben met moeheid en dergelijke. Daarom wordt aangeraden om in de laatste maanden van de zwangerschap voldoende te rusten en ook om geestelijk te ontspannen. De kans op een terugval is dan minder groot. Omdat de meeste vrouwen tijdens de zwangerschap wat minder terugvallen hebben en daarna meer, zullen zij over hun hele leven gerekend niet méér terugvallen krijgen dan vrouwen met MS die geen kinderen krijgen.

Adviezen

Neem de tijd voor alles wat u doet. Dat valt niet altijd mee, zeker als de omge­ving niet aan u kan zien dat u ziek bent. Men kan van alles van u vragen en verwach­ten, waardoor het lastig kan zijn een rustig tempo aan te houden.

Zorg voor extra hulp na de bevalling en houd die zo lang als u die nodig hebt. Dit kan een paar weken zijn, maar ook een paar maanden. Geef toe aan uw vermoeid­heid en rust voldoende. Houd zeker de eerste twee maanden voornamelijk rust en richt u liefst alleen maar op de verzorging van de baby. Ga daar­na - als u wilt en kunt - weer door met huishoudelijk of ander werk.

De huisarts kan u adviseren. De wijkverpleging komt na de achtste dag kijken. De gezinszorg kan worden ingeschakeld als daar reden voor is.

Borstvoeding

Er is geen bezwaar tegen borstvoeding. Uw kind krijgt geen MS als u het borst­voeding geeft. Bij borstvoeding zullen de eerste maanden zwaarder zijn door gebrek aan regelmaat en door onderbroken nachten, omdat het kind gevoed moet worden. Bij borstvoeding bent u de enige die dit kan doen.

Sommige artsen raden borstvoeding af omdat het de moeder veel energie kost, die zij zelf goed kan gebruiken. Maak hierin uw eigen keuze. Een tussenoplos­sing kan een combinatie zijn van borst- en flesvoeding. U geeft dan vlak voor de nacht de laatste borstvoeding, uw partner geeft ’s nachts de fles en u doet de eerste vroege ochtendvoeding weer. Zo kunt u toch een aantal uren achter elkaa­r doorslapen en hoeft u het geven van borstvoeding niet te missen.

Voor veel vrouwen is het geven van borstvoeding een bijzonder positieve erva­ring. Die hoeft u door MS dus niet te missen. Vraag zo nodig de wijkverpleegkundige om advies.

Niet (meer) zwanger worden

U kunt elk goed voorbehoedmiddel gebruiken dat in de handel is. De pil veroor­zaakt geen verergering van MS. Een spiraaltje of een ring (pessarium) zijn goed, zolang u geen last hebt van spierstijfheid. Als u spasmen in uw onderbuik hebt, kunt u meer last hebben van een spiraaltje. En u loopt iets meer risico op een infectie, zeker wanneer de menstruatie wordt geblokkeerd door spastische dijen of onderbuik. Deze infecties kunnen een tijd bestaan zonder dat u het weet, en zij kunnen verschijnselen geven die aan een terugval van MS doen denken. Overleg met uw arts waarop u moet letten.

Als u geen kinderen (meer) wilt is sterilisatie ook goed mogelijk, deze ingreep kan onder plaatselijke verdoving worden uitgevoerd.

Erfelijkheid

MS is niet erfelijk, maar komt toch in de naaste familie van iemand met MS wat vaker voor.

Alle informatie op het gedeelte 'Alles over MS' van deze website: copyright Stichting September/September Multimedia, info@stichtingseptember.nl