Gevolgen van hulp geven

Doordat u iemand helpt, verandert uw relatie. Misschien vindt u dat u te weinig aandacht en waardering krijgt. Uw naaste met MS kan zich minderwaardig en afhankelijk voelen. Ook bestaat het gevaar dat u opbrandt, als u veel voor een ander doet.

Uw taak verandert

Als u iemand hulp biedt, wordt de ander eigenlijk uw ‘patiënt’ en bent u de hulpverlener. Dat is logisch, maar dit kan wel moeilijk zijn. Vroeger ging u gelijkwaardig met elkaar om. Nu wordt de persoon met MS afhankelijk van u, of u dit nu wilt of niet. Hij ziet u opeens veranderen van een gelijkwaardige vriend of partner in iemand die over hem kan beslissen. Dit kan uw vriendschap of uw relatie in gevaar brengen.

U kunt dit voorkómen door uzelf regelmatig af te vragen of u niet de baas speelt over de ander. Het kan ook nuttig zijn als u elkaar vertelt hoe u zich beiden in de nieuwe situatie voelt.

Weinig waardering

Lang niet iedereen met MS heeft veel verzorging nodig. Toch kan het veel werk zijn, waarvoor u niet geprezen wordt. Een voorbeeld: het bezoek vraagt de persoon met MS hoe het gaat, en veel minder of u het allemaal wel vol kunt houden.

De persoon met MS zal soms chagrijnig zijn. Dit kan komen door de klach­ten, maar ook doordat ieder mens nu eenmaal op zijn tijd uit z’n humeur is. U kunt dan op onverwachte momenten allerlei verwijten te horen krijgen of de ander kan om het minste of geringste boos worden. Dit kan heel kwetsend zijn.

Bedenk dat die boosheid meestal niet tegen u persoonlijk gericht is, maar dat dit vaak te maken heeft met MS. U bent in de buurt en krijgt het dus over u heen. U kunt hier gerust op reageren. Laat merken dat u het wel begrijpt, maar dat iemand niet kwaad op ú moet worden.

Het kan voor de ander ook lastig zijn om steeds duidelijk te maken dat hij al uw hulp op prijs stelt. Mocht u na verloop van tijd merken dat u echt te weinig waardering krijgt, zeg er dan iets van. Hetzelfde geldt wanneer er onredelijke eisen aan u gesteld worden. Geef uw grenzen aan en vertel wat u wel en wat u niet kunt doen.

Iemand gelijkwaardig behandelen

Het gevaar bestaat dat u iemand als een kind gaat behandelen. Bijvoorbeeld door hem te veel te beschermen en alle vervelende dingen bij hem weg te houden. Wanneer u bijvoorbeeld familieproblemen voor hem weg probeert te houden, ‘omda­t hij toch al ellende genoeg heeft’, betekent dit dat u hem afzondert van de familie. Terwijl hij er juist een grote behoefte aan heeft om in het ‘gewone’ leven te blijven staan. Dan bent u aan het betuttelen. U laat hem niet voor zichzelf zorgen en zelf problemen oplossen. Zo wordt de ander steeds afhankelijker.

Het kan ook zijn dat u iemand de hele dag door goede raad geeft. Doe dit niet. Mensen met MS zijn volwassen en heel goed in staat hun eigen beslissingen te nemen­. De ander heeft behoefte aan steun, niet aan een ‘overbezorgde ouder’.

Wat u ook kunt vermijden, is dat u iemand gaat ‘redden’. Het komt er dan op neer dat u iemand ‘zielig en hulpeloos’ vindt. U gaat dan allerlei dingen doen, zoals eten en drinken brengen, ook als daar niet om gevraagd wordt. Of u neemt allerlei klusje­s uit handen, terwijl dat niet nodig is. Het lijkt dan of u ieman­d helpt, maar eigenlijk helpt u de ander van de wal in de sloot omdat ieman­d op deze manier steeds afhankelijker wordt.

Opbranden

De hulp die u geeft, kan zoveel tijd en aandacht kosten, dat u zelf lichamelijk en geestelijk opgebrand raakt. Opbranden (‘burn out’) is vaak het resultaat van maanden- of jarenlang te veel doen. Het wordt veroorzaakt door gebrek aan nachtrust, gebrek aan tijd voor uzelf, gebrek aan steun van anderen en te zwaar lichamelijk werk.

De volgende klachten kunnen er op wijzen dat u aan het opbranden bent: moeheid, onverschilligheid, snel geïrriteerd zijn, agressiviteit en gebruik van veel alcoho­l of slaappillen. Wanneer u deze verschijnselen bij uzelf opmerkt, neem ze dan serieus. Bespreek dit met anderen en verander de situatie. Probeer uw last te verlichten door anderen in te schakelen. Dat kunnen familie of vrienden zijn, maar het kan ook de hulp­verlening zijn: de huisarts, de thuiszorg of iemand van het Riagg.

Probeer opbranden hoe dan ook te voorkómen, want als u overspannen raakt is dat ernstig voor uzelf. Bovendien zult u dan maandenlang helemaal niets voor de persoon met MS kunnen doen.

Alle informatie op het gedeelte 'Alles over MS' van deze website: copyright Stichting September/September Multimedia, info@stichtingseptember.nl