Medicijnen voor behandeling van MS zelf
De laatste jaren zijn er medicijnen ontwikkeld die positieve invloed zouden hebben op MS zelf. De medicijnen kunnen MS echter niet genezen. Glatirameer-acetaat en interferon-bèta behoren tot deze groep medicijnenTwee soorten
Er worden in de eerste plaats twee soorten medicijnen voorgeschreven voor de behandeling van MS:
- glatirameer-acetaat
- interferon-bèta
Werking
Ondanks het feit dat het werkingsmechanisme bij deze medicijnen van elkaar verschillen, is het ongeveer dezelfde categorie patiënten die baat heeft bij deze medicijnen. De effectiviteit van deze medicijnen is ook vergelijkbaar: ongeveer een derde van de schade door MS wordt voorkomen.
Wanneer een van deze medicijnen niet het gewenste effect heeft of wanneer u veel last hebt van bijwerkingen, kan de arts u aanraden over te stappen op een ander middel.
Glatirameer-acetaat
Een behandeling met glatirameer-acetaat kan nuttig zijn voor mensen bij wie de MS gepaard gaat met verslechteringen en verbeteringen (relapsing-remitting MS). Het middel kan worden voorgeschreven wanneer u in de laatste twee jaar in elk geval twee duidelijke terugvallen hebt gehad en u nog zonder hulp kunt lopen.
Wat is glatirameer-acetaat?
Glatirameer is een kunstmatig gemaakt medicijn dat bestaat uit een aantal aminozuren. De aminozuren lijken enigszins op het myeline dat in het centraal zenuwstelsel voorkomt. Hierdoor wordt een deel van de ontstekingsreactie tegen deze aminozuren gericht (wat geen kwaad kan) in plaats van tegen het zenuwstelsel.
Wat is het effect van glatirameer-acetaat?
Glatirameer-acetaat zorgt er voor dat u minder vaak last hebt van terugvallen (Schubs of exacerbaties). Dit wil zeggen: een derde van de terugvallen wordt voorkómen, de terugvallen die nog optreden, zijn minder ernstig en de periodes tussen de terugvallen worden langer. Dit betekent ook dat u minder vaak opgenomen hoeft te worden in een ziekenhuis, dat er minder behandelingen met corticosteroïden nodig zijn, dat er minder nieuw aangetaste plekken in de hersenen en het ruggenmerg ontstaan en dat er minder littekenweefsel na de ontsteking achterblijft. Het is niet zo dat uw bestaande klachten verbeteren, maar er zijn aanwijzingen dat de lichamelijke achteruitgang vertraagd kan worden.
Toediening van glatirameer-acetaat
Glatirameer-acetaat moet dagelijks onderhuids worden ingespoten. U kunt dit zelf doen, nadat u van een verpleegkundige in het ziekenhuis of van het service- en ondersteuningsteam van de fabrikant van het medicijn, hebt geleerd hoe dit moet en hoe dit hygiënisch kan gebeuren. Als het u zelf niet lukt, kunt u een huisgenoot of een verpleegkundige vragen om dit te doen.
Bij mensen in de eerste fase van MS bleek dat na behandeling van twee jaar met dit middel minder verergeringen voorkwamen.
Als u eenmaal met glatirameer-acetaat bent begonnen, wordt afgeraden om zomaar met het middel te stoppen. Overleg altijd eerst met uw behandelend arts.
Soorten
De merknaam van het middel glatirameer-acetaat is:
- Copaxone
Bijwerkingen
Sommige mensen krijgen direct na de injectie klachten als blozen, rood worden van de borst, pijn op de borst, kortademigheid en een versnelde hartslag of hartkloppingen. De klachten zijn van korte duur en verdwijnen meestal volledig binnen een half uur.
Andere bijwerkingen zijn: een reactie op de injectieplaats, misselijkheid, angst, pijn, zweten, uitslag, rillingen, flauwvallen, aandoening van de lymfeklieren, vochtophoping (oedeem), gewichtstoename, nervositeit, trillingen, goedaardige nieuwvorming van de huid, koortslip, oogaandoening en vaginale schimmelinfectie.
De bijwerkingen zijn meestal mild van aard en verminderen in de loop van de tijd.
Waarschuw direct uw arts als:
- u allergisch blijkt voor het middel. Dit blijkt uit huiduitslag, zwelling van de oogleden, lippen of het gezicht, moeilijkheden bij het ademhalen, toevallen/stuipen en flauwvallen.
Wees extra voorzichtig met Copaxone als:
- u hartstoornissen hebt.
- u een verminderde werking van de nier(en) hebt. In dat geval moet de werking van de nieren regelmatig worden gecontroleerd.
Combinaties
- Corticosteroïden (ontstekingsremmers) kunnen vaker reacties op de plaats van de injectie geven.
- De werking van medicijnen bij epilepsie en medicijnen bij sommige vormen van hartritmestoornissen (caramazepine, fenytoïne) kan worden beïnvloed door glatirameer-acetaat. Informeer uw arts als u deze medicijnen gebruikt.
Vergoeding
Informeer bij uw zorgverzekeraar over de vergoeding van deze medicijnen.
Interferon-bèta
Een behandeling met interferon-bèta kan nuttig zijn voor mensen bij wie de MS gepaard gaat met verslechteringen en verbeteringen (ofwel relapsing-remitting MS). Het middel kan worden voorgeschreven wanneer u in de laatste twee jaar in elk geval twee duidelijke terugvallen hebt gehad en u nog zonder hulp kunt lopen.
Eén merk interferon-bèta, Betaferon, wordt soms voorgeschreven bij mensen met de secundair progressieve vorm van MS als zij ook duidelijke terugvallen (Schubs of exacerbaties) hebben. Niet iedere patiënt met de secundair progressieve vorm van MS zal hiervoor in aanmerking komen.
Wat is interferon?
Interferonen zijn eiwitten die door het lichaam zelf worden aangemaakt. Ze spelen een rol bij het afweersysteem en bij de bestrijding van ziekten. Er zijn verschillende soorten interferon. Het interferon waar het hier om gaat is interferon-bèta.
Wat is het effect van interferon?
Interferon zorgt er, net als glatirameer-acetaat, voor dat u minder last hebt van terugvallen (Schubs of exacerbaties). Een derde van de terugvallen wordt voorkómen, de terugvallen die nog optreden zijn minder ernstig en de periodes tussen de terugvallen worden langer. Ook door het gebruik van interferon hoeft u dus minder vaak opgenomen te worden in een ziekenhuis, zijn er minder behandelingen met corticosteroïden nodig, ontstaan er minder nieuw aangetaste plekken in de hersenen en het ruggenmerg en blijft er minder littekenweefsel na de ontsteking achter. Uw bestaande klachten verbeteren niet, maar er zijn ook bij interferonen aanwijzingen dat de lichamelijke achteruitgang vertraagd kan worden.
Overigens reageert niet iedereen even goed op interferon. Bij sommige mensen treedt er zelfs een verslechtering op in de eerste weken na de start van de behandeling.
Ernstige bijwerkingen van interferon worden tot nu toe vrijwel niet gezien. Toch zijn regelmatig overleg met en controleren door de neuroloog noodzakelijk.
Toediening van interferon
Interferon moet worden ingespoten, onderhuids of in de spier. U kunt dit zelf doen, nadat u van een verpleegkundige in het ziekenhuis of van het service- en ondersteuningsteam van de producent van het medicijn, hebt geleerd hoe dit moet en hoe dit hygiënisch kan gebeuren. Als het u zelf niet lukt, kunt u een huisgenoot of een verpleegkundige vragen om dit te doen.
Als u eenmaal met interferon bent begonnen, wordt afgeraden om zomaar met het middel te stoppen. Het is namelijk niet bekend wat daarvan de gevolgen zijn.
Soorten
De merknamen van medicijnen met inteferon-bèta zijn:
- Betaferon
- Avonex
- Rebif
Als u samen met de neuroloog hebt besloten interferon te gaan gebruiken, zal de neuroloog u advies geven over het merk dat voor u het meest geschikt is. Hieronder noemen we enkele verschillen tussen de drie merken. U zult dan samen met de neuroloog een keuze maken.
Het is van belang te weten dat de werkzame stof in alle drie de middelen grotendeels hetzelfde is. De verschillen hebben vooral te maken met dosering en toedieningswijze.
Betaferon
- De werkzame stof in Betaferon is interferon bèta-1b.
- Betaferon kan ook worden voorgeschreven bij de secundair progressieve vorm van MS.
- Betaferon wordt om de dag via een onderhuidse injectie gegeven. Hiervoor kunnen autoinjectoren worden gebruikt.
- Het medicijn kan op kamertemperatuur worden bewaard.
- Voor de bijwerkingen: zie hieronder.
Avonex
- De werkzame stof in Avonex is interferon bèta-1a
- Avonex wordt één keer in de week in een spier geïnjecteerd. Hiervoor kunnen
autoinjectoren worden gebruikt. - Het medicijn kan op kamertemperatuur worden bewaard.
- Voor de bijwerkingen: zie hieronder.
Rebif
- De werkzame stof in Rebif is interferon bèta-1a
- Rebif wordt drie keer in de week onderhuids geïnjecteerd. Hiervoor kunnen
autoinjectoren worden gebruikt. - Het medicijn moet gekoeld worden bewaard (tussen 2 - 8 graden Celsius). Buiten de koelkast is het dertig dagen houdbaar.
- Voor de bijwerkingen: zie hieronder.
Bijwerkingen
De meest voorkomende bijwerkingen bij interferonen zijn griepachtige verschijnselen (hoofdpijn, spierpijn, koude rillingen of koorts). Als u doorgaat met de injecties zullen de griepachtige verschijnselen geleidelijk aan afnemen. Zo niet, neem dan contact op met uw arts.
Wat kunt u doen?
- Injecteer het medicijn vlak voordat u naar bed gaat. U slaapt dan als de bijwerkingen optreden.
- Neem een half uur voor inname een pijnstiller. Bespreek met uw arts welke dosis voor u geschikt is.
- Als u koorts hebt, drink dan veel water om uitdroging te voorkomen.
Daarnaast zijn er nog bijwerkingen die minder vaak voorkomen. Bijvoorbeeld: verlies van eetlust, slaapproblemen, depressie, blozen, loopneus, diarree, doof of tintelend gevoel in de huid, huiduitslag of onderhuidse bloedingen, transpireren, vermoeidheid, infecties, blauwe plekken of pijn, krampen en stijfheid (spieren, gewrichten, armen, benen). Als u door het gebruik van interferonen duizelig wordt, mag u geen voertuig besturen of gevaarlijke machines hanteren.
Neem contact op met uw arts als u veel last hebt van deze bijwerkingen.
Wanneer mag u geen interferonen gebruiken?
U mag geen interferonen gebruiken bij: ernstige depressies, epileptische aanvallen, nier- of leverproblemen, een laag aantal witte bloedcellen of bloedplaatjes of hartproblemen. Ook kan interferon soms niet samen met andere medicijnen worden gebruikt. Overleg dit met uw neuroloog of apotheker. Als u zwanger bent of zwanger wilt worden, bespreek dit dan met uw arts.
Bel onmiddellijk uw arts als:
- u allergisch blijkt voor het middel. Dit blijkt uit een zwelling van het gezicht, lippen of tong, moeilijkheden bij het ademhalen en huiduitslag.
- u depressieve gevoelens krijgt (u voelt zich ongebruikelijk droevig, angstig of waardeloos).
- u leverproblemen krijgt. U merkt dit door een geelverkleuring van uw huid of oogwit, overal jeuk, misselijk of ziek voelen, onderhuidse bloedingen.
Deze ernstige bijwerkingen komen zelden voor.
Combinaties
- Interferonen kunnen de werking van andere medicijnen beïnvloeden of zelf door andere medicijnen worden beïnvloed. Dit geldt in het bijzonder voor medicijnen tegen epilepsie en depressie.
Vergoeding
Informeer bij uw zorgverzekeraar over de vergoeding van deze medicijnen.