Euthanasie: uitleg

Euthanasie betekent dat de arts u actief helpt om te sterven. U wordt eerst in slaap gebracht en krijgt daarna een spierverslapper, zodat eerst uw ademhaling en daarna uw hart stopt. Euthanasie gebeurt alleen op uw eigen verzoek. De arts mag alleen meewerken als aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Dit is geregeld in de ‘euthanasiewet’. Om misverstanden te voorkómen: euthanasie is iets anders dan afzien van een behandeling of palliatieve sedatie (het bewustzijn verlagen, zodat iemand geen pijn meer voelt).

Wat is euthanasie?

Euthanasie is: actief levensbeëindigend handelen door een ander dan betrokkene, op diens uitdrukkelijk verzoek. Dit betekent dat iemand anders - in de praktijk uw arts - u actief helpt om te sterven omdat u dat gevraagd hebt.

We spreken hier voor het gemak steeds alleen over euthanasie, waar we ook (dokters)hulp bij zelfdoding hadden kunnen noemen. Ook dat is namelijk een levensbeëindigende handeling die sinds 2002 wettelijk is toegestaan.

Wat is geen euthanasie?

Van alle sterfgevallen is ongeveer 2% het gevolg van euthanasie. Vaak heeft de dood te maken met beslissingen die niet onder de term euthanasie vallen. Hier bespreken we wat géén euthanasie is.

Niet behandelen

De arts kan beslissen om een behandeling te stoppen of er niet mee te beginnen, omdat die behandeling medisch zinloos is (geworden). Voorbeelden daarvan zijn:

  • het niet meer reanimeren als de betrokkene te lang bewusteloos is geweest
  • het niet meer behandelen van een eindstadium van kanker
  • het niet meer met antibiotica behandelen van een longontsteking bij een diep demente
  • het stoppen van de beademing bij iemand die nooit meer uit zijn coma zal ontwaken.

Bijwerkingen

Ook als de arts een behandeling geeft die mogelijk als bijwerking een verkorting van het leven heeft, is dat geen euthanasie.

Overige gevallen

Heel soms komt het voor dat een arts een patiënt actief helpt om te sterven, terwijl er geen uitdrukkelijk verzoek van de patiënt is. Dit valt niet onder de term euthanasie. Het kan ook zijn dat een behandeling op verzoek van de patiënt of diens wettelijk vertegenwoordiger wordt gestaakt of niet aangevangen (bijvoorbeeld een niet-reanimeren verklaring). Ook dat is geen euthanasie.

Euthanasiewet

Sinds 1973 wordt in Nederland de toepassing van euthanasie gedoogd. Dat betekent dat euthanasie wettelijk verboden was, maar dat het Openbaar Ministerie onder bepaalde voorwaarden geen feitelijke strafvervolging instelde. De voorwaarden zijn in de loop der jaren steeds via rechterlijke uitspraken aangescherpt. In april 2002 werd de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (kortweg de euthanasiewet) van kracht. Deze wet bepaalt dat euthanasie nog steeds strafbaar is (artikel 293 en 294 wetboek van strafrecht), tenzij deze is toegepast door een arts, die zich aan bepaalde zorgvuldigheidseisen heeft gehouden.

De zorgvuldigheidseisen houden in dat:

  • de arts de overtuiging heeft gekregen dat er sprak is van een vrijwillig en weloverwogen verzoek.
  • de arts de overtuiging heeft gekregen dat er sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden.
  • u bent voorgelicht over de situatie waarin u zich bevindt en over uw vooruitzichten.
  • arts met u tot overtuiging is gekomen dat er voor uw situatie geen redelijke andere oplossing is.
  • er ten minste een andere, onafhankelijke arts is geraadpleegd, die u heeft gezien en schriftelijk zijn of haar oordeel geeft over de zorgvuldigheidseisen.
  • de levensbeëindiging of hulp zorgvuldig wordt uitgevoerd.

Uitvoering van euthanasie

Als aan alle voorwaarden is voldaan, kan de euthanasie worden uitgevoerd. De arts zal u, mogelijk via een infuus of injectie, eerst in een heel diepe slaap brengen. Daarna krijgt u een spierverslapper, zodat uw ademhaling en vervolgens uw hart stopt, waardoor u onmiddellijk overlijdt. De lijkschouwer zal vervolgens de dood moeten vaststellen omdat het om een niet-natuurlijke dood gaat, en de euthanasie aan een toetsingscommissie melden.

Regionale toetsingscommissies

Alle gevallen van euthanasie moeten worden gemeld bij een van de vijf regionale toetsingscommissies. Deze gaat na of aan alle bovengenoemde voorwaarden is voldaan. Als dit het geval is, wordt de euthanasie niet aan het Openbaar Ministerie gemeld en wordt er geen strafvervolging ingesteld. Als er wél twijfel bestaat over de zorgvuldigheid, rapporteert de commissie dat aan de Inspectie Volksgezondheid en aan de Officier van Justitie. Deze instanties beslissen, onafhankelijk van elkaar, of ze vervolging zullen instellen.

Alle informatie op het gedeelte 'Alles over MS' van deze website: copyright Stichting September/September Multimedia, info@stichtingseptember.nl