Leefregels
Algemene leefregels
Hierna volgt een aantal leefregels die voor u een gunstige invloed kunnen hebben. Sommige van deze leefregels zullen bij u werken, andere misschien niet. Het kan zinnig zijn om ze een paar maanden te proberen. Kijk daarna of de leefregels voor u gunstig uitwerken en of u ermee door wilt gaan. Misschien is wel het belangrijkste dat u uw eigen grenzen leert kennen (en dat kost tijd).
1. Wees voorzichtig met hoge temperaturen
Door hoge temperaturen kunnen nieuwe MS-klachten ontstaan of al bestaande klachten verergeren. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren bij heet douchen of baden, zonnebaden en in de sauna. Het kan ook vóórkomen bij koorts (bijvoorbeeld bij griep). Probeer hoge temperaturen dan te vermijden.
U kunt afkoelen door uw benen in een bak met koud water te hangen of door een koude douche. Bij koorts kunt u paracetamol of een ander koortsverlagend middel nemen.
2. Vind een evenwicht tussen rust en activiteit
Mensen met MS moeten een beetje opletten bij lichamelijke inspanningen. In een periode waarin de verschijnselen verergeren, is inspanning gauw te veel. Als u te ver gaat en uitgeput raakt, kunnen uw gewrichten stijf worden en/of uw spieren achteruit gaan.
In een periode waarin klachten niet verergeren, is het nuttig regelmatig oefeningen te doen om het lichaam zo goed mogelijk ‘getraind’ te houden. Het is daarbij aan te raden op uw vermoeidheidsgrens te letten. Dat betekent niet dat u niet moe mag worden, maar de moeheid moet binnen een half uur tot een uur weer verdwijnen.
Het is dus belangrijk dat u niet te veel doet, maar ook niet te weinig. Pas uw activiteiten aan uw mogelijkheden en beperkingen aan en voorkom uitputting. De fysiotherapeut kan u hierover adviseren.
3. Probeer stress de baas te blijven
Zorgen en stress zijn zelf geen oorzaak van MS- klachten, maar ze verminderen wel de weerstand. Hierdoor kunnen MS-klachten (indirect) verergeren.
4. Houd regelmaat in uw leven
Regelmaat in uw leven kan u goed doen. Eet en rust op min of meer vaste momenten van de dag, zorg voor een goede nachtrust. Wissel drukke perioden af met perioden waarin u weinig hoeft te doen en doe regelmatig aan lichaamsbeweging. Regelmaat zorgt er bovendien vaak voor dat u minder moe wordt. Wees hier echter niet te strak in; een uitschieter op zijn tijd is vaak juist plezierig en helemaal niet slecht.
5. Zorg voor een goede voeding
Een gezonde en gevarieerde voeding helpt u om in een goede conditie te blijven.
6. Probeer infecties en verwondingen te vermijden
Soms kunnen infecties de klachten verergeren, bijvoorbeeld wanneer ze koorts veroorzaken. Een goede conditie door goede voeding, genoeg rust en voldoende beweging verhoogt uw weerstand tegen bijvoorbeeld keelpijn en griep. Was regelmatig uw handen als er griep heerst en let vooral op hygiëne bij hoesten en snuiten. Heerst er zware griep - met name influenza - dan kan het zinnig zijn om contact met de zieken zo veel mogelijk te vermijden. Overleg met uw arts of een griepprik zin heeft.
Bij MS kunnen infecties van de longen en de urinewegen en doorligplekken ontstaan. Probeer deze te voorkómen.
7. Operaties, verdoving en ruggenprik
Het is niet helemaal duidelijk of deze zaken echt een negatieve invloed op de MS-klachten hebben. Overleg daarom met uw neuroloog en de anesthesist. Operaties zijn soms te vermijden. Overleg daarom met uw arts of de ingreep echt noodzakelijk is.
8. Zwangerschap en bevalling
Tijdens de zwangerschap verminderen de klachten vaak. Na de bevalling kunnen ze tijdelijk verergeren.