Het zenuwstelsel
Het centrale zenuwstelsel bestaat uit de hersenen en het ruggenmerg. Van hieruit loopt een groot aantal zenuwen naar alle delen van het lichaam. Dit wordt het perifere zenuwstelsel genoemd. Het zenuwstelsel zorgt ervoor dat we reageren op de buitenwereld, bestuurt de organen en zorgt dat we kunnen nadenken en voelen. Boodschappen van het centrale zenuwstelsel worden doorgegeven door lange uitlopers van de zenuwcellen. Sommige uitlopers worden beschermd door een isolerende laag: de mergschede of myelineschede.Het zenuwstelsel is ingewikkeld
Dit gedeelte geeft informatie over de bouw en de werking van het zenuwstelsel. Het beschrijft wat voor invloed MS hierop heeft en wat voor klachten dit geeft. Het zenuwstelsel is ingewikkeld. Het is niet noodzakelijk dit te lezen om de rest te begrijpen.
De bouw van het zenuwstelsel
Het zenuwstelsel bestaat uit hersenen, ruggenmerg en zenuwen. Het wordt ingedeeld in een centraal en een perifeer zenuwstelsel (perifeer betekent: buiten het centrum).
Het centrale zenuwstelsel bestaat uit de hersenen en het ruggenmerg. De hersenen liggen beschermd in de schedelholte; het ruggenmerg bevindt zich in de wervelkolom (zie tekening). Zij worden omgeven door een vlies dat uit verschillende lagen bestaat. Dit vlies is ruim en de extra ruimte is opgevuld met vloeistof: de zogenaamde liquor. Dit is de vloeistof die bij een ruggenprik wordt afgetapt. De hersenen bestaan uit de grote en de kleine hersenen.
Het perifere zenuwstelsel bestaat uit een groot aantal zenuwen die uit de hersenen en het ruggenmerg ontspringen (zie tekening). Deze zenuwen vertakken zich en hun uitlopers lopen naar alle delen van het lichaam. Zodoende hebben alle spieren, zintuigen, organen, huid, gewrichten enzovoort, contact met het centrale zenuwstelsel.

Centraal en perifeer zenuwstelsel
Wat doet het zenuwstelsel?
Het zenuwstelsel wordt wel eens vergeleken met het telefoonnet, omdat dit ook gebruikt wordt om boodschappen door te geven. Het centrale zenuwstelsel is dan te vergelijken met de centrale: hier komen zeer veel boodschappen binnen. Deze boodschappen worden verwerkt (er wordt geschakeld) en er gaan weer boodschappen de centrale uit. Het perifere zenuwstelsel is dan het stelsel van telefoondraden dat alles tot in de verste uithoeken met elkaar verbindt.
Natuurlijk gaat deze vergelijking niet helemaal op, maar waar het op neerkomt is dat het zenuwstelsel heel veel zaken in ons lichaam regelt en stuurt. Het zenuwstelsel maakt het mogelijk om:
1. Te reageren op de buitenwereld.
2. De organen van het lichaam te besturen.
3. Psychische functies (zoals nadenken) te vervullen.
1. Reageren op de buitenwereld
Op elk moment van de dag krijgen we indrukken van de buitenwereld binnen, waarop we reageren. De indrukken komen binnen via de zintuigen (horen, zien, voelen proeven en ruiken), maar ook komt er voortdurend informatie binnen over de houding van het lichaam. Via de perifere zenuwen wordt deze informatie naar het centrale zenuwstelsel geleid, waar alles wordt verwerkt.
Als reactie hierop wordt er dan vanuit het centrale zenuwstelsel weer via de perifere zenuwen een boodschap naar de spieren gestuurd. Deze gaan dan bewegen. Bijvoorbeeld: u voelt dat uw voet afgekneld raakt door te strakke schoenen, waarop u uw veters losmaakt.
Het zenuwstelsel kan dus waarnemen en het kan laten bewegen. Omdat onze wil hier invloed op kan uitoefenen, wordt dit deel van het zenuwstelsel het willekeurige zenuwstelsel genoemd.
2. Besturen van de organen van het lichaam
De verschillende organen van het lichaam (maag, hart, lever enzovoort) hebben allemaal een bepaalde taak. Hoe hard die organen werken wordt onder andere beïnvloed door het zenuwstelsel (ook door hormonen).
De boodschappen - verstuurd vanuit de organen - volgen dezelfde weg: via het perifere zenuwstelsel komen ze in het centrale zenuwstelsel. Daar wordt de informatie verwerkt en er wordt weer via het perifere zenuwstelsel een boodschap teruggestuurd naar de organen. Bijvoorbeeld: na het eten gaat er een boodschap naar het centrale zenuwstelsel, dat er zich voedsel in de maag bevindt. Vervolgens gaat van hieruit een boodschap naar de maag terug dat deze harder moet gaan werken. Deze dingen gebeuren vanzelf, buiten onze wil om. Daarom wordt dit deel van het zenuwstelsel het onwillekeurige (autonome) zenuwstelsel genoemd.
Voor de duidelijkheid: de indeling in willekeurig en onwillekeurig gaat over de werking van het zenuwstelsel; de indeling in centraal en perifeer gaat over waar deze delen van het zenuwstelsel in het lichaam liggen. Zowel het centrale als het perifere zenuwstelsel hebben dus een deel dat de willekeurige functies en een deel dat de onwillekeurige functies verzorgt.
3. Psychische functies
Dat iemand kan nadenken, zichzelf iets kan voorstellen of emoties voelt, wordt ook mogelijk gemaakt door het zenuwstelsel. Deze zaken spelen zich af in de hersenen.
De cellen van het zenuwstelsel
Het centrale zenuwstelsel bestaat, net als de rest van het lichaam, uit cellen. Er zijn twee soorten: de zenuwcellen en de lijmcellen.
1.De zenuwcellen (neuronen) zijn de cellen die het eigenlijke werk van het zenuwstelsel doen: boodschappen doorgeven. Zij bestaan uit een cellichaam met een aantal uitlopers. Er zijn korte vertakte uitlopers die boodschappen naar de cel toe leiden (dendrieten) en meestal één lange uitloper die boodschappen van de cel af geleidt (neuriet) (zie tekening). De boodschappen worden via de uitlopers doorgegeven zoals elektriciteit door een stroomdraad.
2.De lijmcellen (gliacellen) liggen tussen de zenuwcellen verspreid. Zij geven (onder andere) stevigheid aan het centrale zenuwstelsel en ze maken de mergschede rond de uitlopers van de zenuwcellen (zie hierna).

Witte en grijze stof
Het ruggenmerg en de hersenen hebben delen met een lichte kleur (witte stof) en delen met een donkerder kleur (grijze stof). In het ruggenmerg ligt de grijze stof in het midden. Bij de hersenen ligt deze aan de buitenkant (de hersenschors) en in een paar gebieden binnenin. De grijze stof bestaat uit de cellichamen; de witte stof bestaat uit de lange uitlopers van de zenuwcellen. Deze uitlopers verbinden verschillende delen van het centrale zenuwstelsel met elkaar.
Bij een aantal zenuwcellen is de lange uitloper (neuriet, ook wel axon) omgeven door een isolerende laag. Deze isolerende laag wordt mergschede of schede of myelineschede genoemd en heeft een witte kleur. Hierdoor krijgt de witte stof zijn lichte kleur. De isolerende laag zorgt ervoor dat de boodschappen zeer snel door de zenuw kunnen worden doorgegeven. Myeline wordt gemaakt door een bepaald type gliacel.