De invloed van MS op het zenuwstelsel
Door MS wordt de myeline rond de zenuwceluitlopers afgebroken. Dit gebeurt doordat er ontstekingsreacties ontstaan op bepaalde plaatsen in het centrale zenuwstelsel. Afweercellen breken de myelineschede af en laten een litteken (‘plaque’) achter. Op de plaats waar een litteken zit, valt de functie (gedeeltelijk) uit. Welke klachten er optreden, hangt af van welke zenuwen zijn aangetast.De afbraak van het merg
Door MS wordt het merg (myeline) rond de zenuwceluitlopers afgebroken. Hierdoor kunnen boodschappen alleen nog maar vertraagd of helemaal niet meer worden doorgegeven. Dit gebeurt alleen in het centrale zenuwstelsel. De perifere zenuwen blijven gespaard. Het centrale zenuwstelsel werkt op de aangetaste plaatsen niet goed meer en dit veroorzaakt de klachten die bij MS optreden.
Hoe wordt het merg afgebroken?
Op bepaalde plaatsen in het centrale zenuwstelsel ontstaan ontstekingsreacties. Waardoor die ontstaan, is niet precies bekend. Bij deze ontstekingsreactie verschijnen er op die plaatsen cellen van het menselijk afweersysteem (immuunsysteem). Deze cellen (onder andere witte bloedcellen) breken de mergschede af.
Het uiteindelijke resultaat is dat er op die plaatsen een soort littekens overblijven. Deze zijn hard en worden ‘sclerotische plaques’ of ‘plaques’ genoemd. Op die plaatsen werkt het zenuwstelsel niet goed meer.
De klachten
Een litteken in het centrale zenuwstelsel kan dus klachten geven. Deze littekens kunnen overal in het centrale zenuwstelsel ontstaan. Daarom kan MS veel verschillende klachten kan geven; geen twee mensen met MS zijn gelijk.
Verergering en verbetering
Het verloop van de klachten wordt meestal gekenmerkt door verergeringen en verbeteringen. Dit komt doordat er bij de ontstekingsreactie zwelling optreedt in de witte stof, waardoor een heel gebiedje van het zenuwstelsel niet meer functioneert. Na enige tijd verdwijnt de zwelling en blijft er een klein litteken over. Het aangedane gebied is nu dus kleiner en de klachten nemen daardoor gedeeltelijk of zelfs geheel af. Klachten kunnen ook afnemen omdat gliacellen nieuwe myeline produceren.
Welke klachten kunnen optreden?
Elk deel van het centrale zenuwstelsel heeft een bepaalde functie. Op de plaats waar een litteken zit, valt de functie (gedeeltelijk) uit. Hierna volgen een aantal voorbeelden:
- Als een litteken een bepaald gebied aantast, dat verantwoordelijk is voor de waarneming, raakt op bepaalde plaatsen van het lichaam de tastzin verstoord. Dit veroorzaakt een doof gevoel of prikkelingen.
- Als een litteken een bepaald gebied aantast, dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van bewegingen, leidt dit tot verlammingen van bepaalde spieren.
- Als de oogzenuw getroffen wordt, treden er oogklachten op.
- Als zich een litteken in het onwillekeurige zenuwstelsel heeft gevormd, ontstaan er klachten van de blaas, van de darmen en mogelijk van de seksualiteit.
- De kleine hersenen zorgen ervoor dat de bewegingen van de spieren goed op elkaar worden afgestemd (coördinatie). Als daar een litteken ontstaat, kan iemand gaan beven, spraakstoornissen krijgen of stuurloos worden.
Niet elk litteken brengt per se een klacht teweeg. Sommige mensen met weinig klachten blijken heel veel littekens te hebben en andersom.