Tips en adviezen

Hier vindt u enkele tips en adviezen waarmee u zelf aan de slag kunt. Een logopedist kan u eventueel helpen. Bij klachten is het wel altijd aan te raden uw arts te waarschuwen.

Spraakproblemen (dysartrie)

Een ander woord voor spraakproblemen is dysartrie. Kenmerken van dysartrie bij MS kunnen zijn: binnensmonds en langzaam spreken, lange pauzes tussen lettergrepen of woorden, gespannen stemgeluid, luide inademing, zachte, zwakke stem als gevolg van ademhalingsproblemen en een foutieve houding.

Als u deze problemen krijgt, raadpleeg dan uw arts. Hij of zij kan u doorverwijzen naar een logopedist voor spraaktherapie.

Tips voor mensen met dysartrie en hun gesprekspartner

  • Ga tegenover elkaar zitten. Uw gezichtsuitdrukking en mond geven extra informatie.
  • Spreek niet als er ander lawaai is.
  • Probeer overtollig speeksel eerst weg te slikken voordat u iets gaat zeggen.
  • Spreek niet te lang door op een adem, maar adem op tijd weer in. Probeer altijd in te ademen door uw neus.
  • Verlaag uw spreektempo.
  • Neem tijdens een gesprek regelmatig een slokje water.
  • Tijdens een periode van extra stijfheid of vermoeidheid zal het spreken moeilijker gaan. Benut de goede perioden: bel bijvoorbeeld op een later tijdstip terug.

Tips voor de gesprekspartner

  • Ga naast of tegenover de spreker zitten. Luister en kijk tegelijk naar de mond en het gezicht.
  • Spreek zelf zoals u gewend bent. Het hoeft niet harder of langzamer.
  • Als u een deel van de zin hebt verstaan, herhaal dat dan. De spreker kan aanvullen wat u miste.
  • Blijf de spreker aanmoedigen om voor zichzelf te spreken en betrek hem of haar in gesprekken.
  • De spreker kan vertraagd met reacties komen. Geef hem of haar dus ruim de tijd om te reageren op een vraag of een verzoek. Snel veranderen van onderwerp is niet aan te raden.
  • Druk uitoefenen om sneller te reageren zal een tegengesteld effect hebben.
  • Geef het aan als u geen tijd hebt voor een gesprek. Als u gehaast bent, gaat het luisteren minder makkelijk.

Taalproblemen

Mensen met MS kunnen (lichte) taalproblemen krijgen. Kenmerken van taalproblemen bij MS kunnen zijn: problemen met het vinden van woorden, moeilijkheden bij het benoemen van afbeeldingen, moeite hebben met het vasthouden van de structuur van een verhaal en snel afdwalen, verkeerd gebruik van klanken, vervangen van klanken, weglaten van klanken of verplaatsen van klanken.

Als u moeilijkheden met de taal krijgt, raadpleeg dan uw arts. Hij of zij kan u doorverwijzen naar een logopedist voor taaltherapie.

Als het verwoorden van de boodschap moeilijk gaat

  • Probeer voordat u iets gaat vertellen dingen (schriftelijk) op een rijtje te zetten.
  • U kunt aan uw gesprekspartner vertellen dat u soms moeilijkheden hebt om iets goed uit te leggen.
  • Blijf met taal bezig! Bijvoorbeeld door taalspelen te doen, veel te lezen en (indien mogelijk) te schrijven.

Als u niet op het juiste woord kunt komen

  • Bedenk een synoniem. Bijvoorbeeld arts-dokter, huis-woning.
  • Bedenk waar het woord bij hoort. Bijvoorbeeld: een jurk is een kledingstuk, een hond is een dier.
  • Geef een omschrijving. Beantwoord daarbij de volgende vragen: Wat kun je ermee doen? Wie heeft het? Waar vind je het? Hoe ziet het eruit? Wanneer gebruik je het?
  • Wijs het voorwerp aan.
  • Maak een gebaar.
  • Bedenk een aanvulling op de zin. Bijvoorbeeld: Op het station wacht de ….
  • Diep het woord uit. Bijvoorbeeld: Is het een kort of lang woord? Hoeveel lettergrepen heeft het woord?

Als het begrijpen van een boodschap moeilijk gaat

  • Durf te zeggen dat u een boodschap niet begrepen hebt.
  • Durf te vragen of uw gesprekspartner de boodschap nogmaals wil herhalen of op een andere manier wil uitleggen.
  • Durf vragen te stellen, zodat u kunt nagaan of u alles begrepen hebt.
  • Als u naar een lang verhaal geluisterd hebt, vraag dan om een beknopte samenvatting.

Tips voor de gesprekspartner

  • Uw gesprekspartner moet de boodschap zo verwoorden dat u deze niet verkeerd kunt begrijpen. Het beste kan hij of zij eenvoudige, concrete woorden en zinnen gebruiken.
  • Vraag uw gesprekspartner een verhaal logisch en gestructureerd te vertellen.

Slikproblemen

Meer dan veertig procent van alle mensen met MS krijgt in de loop van de tijd slikproblemen. Bij MS komen de volgende problemen voor: verslikken, niet goed voelen waar het voedsel zich in de mond bevindt (waardoor de slikreflex moeilijk op gang komt), te weinig kracht hebben om te kauwen of te kort kauwen (waardoor het eten niet goed genoeg geplet wordt) en het uitblijven van de hoestreflex tijdens verslikken.

Als u slikproblemen krijgt, raadpleeg dan uw arts. Hij of zij kan u doorverwijzen naar een logopedist of diëtist.

Tips

  • Zorg ervoor dat u in een rustige omgeving eet en/of drinkt.
  • Neem voldoende tijd voor een maaltijd.
    Begin uitgerust aan een maaltijd.
  • Zorg voor een goede houding. Ga dichtbij en rechtop aan tafel zitten. Eet en/of drink nooit liggend!
  • Let op dat het eten en/of drinken niet te heet is.
  • Probeer uw aandacht bij het slikken te houden; laat u niet afleiden.
  • Doe geen twee dingen tegelijk (dus: niet spreken en slikken tegelijk).
  • Snijd taaie producten fijn.
  • Maak rustige kauwbewegingen.
  • Hap af met de voortanden.
  • Zorg ervoor dat u uw mond niet hoeft open te sperren om te kunnen afhappen. Plet bijvoorbeeld uw broodje of snijd een stukje appel af.
  • Als u zich verslikt zonder te hoesten, is het heel belangrijk dat u direct een arts inschakelt. Anders kunt u een longontsteking oplopen.

Mondmotorische problemen

Door de MS kan de functie van de tong- en lipspieren verminderen. Spreken, eten en drinken worden hierdoor bemoeilijkt.

Als u merkt dat de functie van uw tong- en lipspieren minder wordt, is het raadzaam om uw arts te raadplegen. Hij of zij kan u doorverwijzen naar een logopedist.

Tips

  • Als u merkt dat u uw mond vaker open hebt (in rust), probeer dan bewust door de neus te ademen en uw lippen op elkaar te houden. Als uw lippen toch weer van elkaar afgaan, kunt u een spatel tussen uw lippen houden.
  • Als u niet spreekt, houd uw mond dan gesloten met de tong achter de voortanden (zonder de tanden te raken).
  • Als u speekselverlies opmerkt, komt dit vaak niet door extra speekselproductie, maar door een slappe mondmotoriek. Probeer dan bewust vaker en krachtiger te slikken.
  • Door medicatie kunt u last krijgen van een droge mond. U kunt dan friszure producten (zoals tomaat, komkommer, zure dranken) of kauwgom (suikervrij) nemen. Ook voldoende luchtvochtigheid in huis (natte doek op verwarming, deur van de douche open) kan helpen.

Problemen bij ademhaling en stemgeving

Bij mensen met MS kunnen problemen bij de ademhaling of bij de stemgeving voorkomen. Denk aan een oppervlakkige, hoorbare en zwakke ademhaling, een geringe ademkracht die nodig is om te spreken, een gestoorde controle over het stemgeluid en heesheid.

Als u geregeld last hebt van bovengenoemde verschijnselen, dan is het raadzaam uw arts in te schakelen. Hij of zij kan u doorverwijzen naar een logopedist.

Tips

  • Veel mensen willen de zinslengte aanhouden die ze voorheen gebruikten, en dat is nu juist iets wat vaak niet meer mogelijk is. Kortere zinnen klinken veel beter dan lange zinnen die er op één adem uit worden geperst.
  • Een aantal verschijnselen kan wijzen op verkeerd stemgebruik. Na lang spreken kunt u last hebben van: een vermoeide stem, keelpijn, gespannen gevoel in de keel, af en toe geheel wegvallen van de stem, neiging hebben tot schrapen en kuchen.
Alle informatie op het gedeelte 'Alles over MS' van deze website: copyright Stichting September/September Multimedia, info@stichtingseptember.nl