Pijn
Veel mensen met MS hebben geregeld pijn. Dit kunnen pijnlijke prikkelingen in armen en benen zijn, pijn in de onderrug omdat de spieren verzwakt zijn, of krampen als gevolg van spierstijfheid. Er zijn veel behandelingen tegen pijn.MS en pijn
Veel mensen met MS hebben regelmatig last van pijn. Pijn wordt meestal niet direct door MS veroorzaakt, maar is vaak een indirect gevolg. Door MS kunnen er pijnlijke prikkelingen in armen en benen ontstaan. Daarnaast kan iemand pijn krijgen in het onderste deel van de rug en kunnen pijnlijke krampen ontstaan in de benen. Pijn in de buik of op de borst wordt nooit veroorzaakt door MS.
Verschijnselen
Kortdurende pijn
De meest voorkomende vormen van kortdurende pijn treden in aanvallen op en worden beschreven bij Klachten die in aanvallen komen.
Langdurige pijn
Bij MS komen drie vormen van langdurige (chronische) pijn voor:
Pijnlijke prikkelingen in armen of benen
Het gaat hier meestal om een voortdurend aanwezig branderig, prikkelend, kloppend gevoel. De pijn verergert vaak ’s nachts en bij warmte en weersveranderingen.
Het medicijn carbamazepine kan tegen deze pijnen effectief zijn. Als therapie worden ook wel medicijnen gegeven die werken tegen een depressie, maar tegelijk een pijnstillend effect hebben. Een voorbeeld hiervan is amitriptyline. Wel duurt het zeker een week voordat het middel werkt. Bijwerkingen zijn onder andere een droge mond, moeilijk plassen en darmstoornissen. Er zijn ook nieuwere middelen tegen epilepsie - gabapentine en pregabaline - die soms ook goed tegen deze klachten werken.
Een bad in lauw water kan verlichting geven. Een steunkous kan prikkelingen in het been veranderen in een gevoel van druk, dat soms beter te verdragen is. Warme compressen kunnen bij een branderig gevoel helpen (bijvoorbeeld een in warm water gedoopte handdoek in een plastic zak). Soms kan een aspirientje helpen. Ook is contact met een psycholoog vaak effectief.
Pijn in het onderste deel van de rug
Deze pijn ontstaat doordat de rugspieren door MS zwakker kunnen worden. Ze kunnen de wervelkolom niet meer steunen, zodat die daaronder lijdt. Het gevolg hiervan is vaak een verkeerde houding. Hierbij ontstaat vaak spierpijn in bepaalde rugspieren. Deze kan uitstralen naar heup en been. De pijn kan verergeren bij langdurig zitten of staan. Als therapie zijn eenvoudige pijnstillers en intensieve fysiotherapie vaak voldoende. Pijnpunten kunnen via een injectie plaatselijk verdoofd worden. In een enkel geval kunnen sterke, van opium afgeleide, pijnstillers nodig zijn.
Pijnlijke krampen in de benen door spierstijfheid (spasticiteit)
Van de drie genoemde vormen is deze pijn doorgaans het hevigst. Deze pijn is ’s nachts vaak erger. Zie meer hierover onder de klacht spierstijfheid. Marihuana kan helpen; dit is tegenwoordig onder de naam medicinale cannabis via de apotheek op voorschrift verkrijgbaar. Ook rekoefeningen kunnen helpen.
Wat kunt u doen?
Informatie verzamelen
Als u weinig weet over uw pijn, kan dit u angstig en onzeker maken, waardoor u de pijn erger ervaart. Het kan helpen als u weet wat de oorzaak van de pijn is, welke behandelingen er mogelijk zijn, wat u er zelf tegen kunt doen en of de pijn op iets ernstigs duidt. Deze informatie kunt u krijgen via uw arts, bij de Stichting Pijn - Hoop en in algemene boeken over pijn, bijvoorbeeld het zorgboek Pijn Van Stichting September. Het boek is te koop bij de apotheek of via www.boekenoverziekten.nl.
Ontspannen
U voelt meer pijn als u angstig bent en er alle aandacht op richt. U spant hierdoor bovendien vaak uw spieren, wat extra pijn kan geven. Ontspannen kan helpen. U kunt meer pijn verdragen als u in goede conditie bent. Ook afleiding werkt vaak gunstig, bijvoorbeeld door hobby’s of contacten met andere mensen. U kunt andere mensen vragen of ze u hierbij willen helpen.
Wrijven en dergelijke
Wanneer u rond een pijnlijke plaats wrijft, krabt of warmte toedient, wordt de pijn vaak minder. Het gebied om de pijnlijke plek heen wordt daardoor geprikkeld, waardoor u de pijnprikkel zelf minder voelt. Zachte massage, eventueel in een (niet te warm) bad, kan hetzelfde effect hebben.
Eenzaamheid, angst en somberheid
U voelt meer pijn wanneer u zorgen hebt, angstig bent, zich alleen voelt en wanneer u somber gestemd bent.
Probeer het contact met anderen niet te verwaarlozen. Als u bang bent helpt het meestal om met anderen over uw angsten te praten. Misschien maakt de pijn u bang, bijvoorbeeld omdat u denkt dat de pijn een teken is dat het slechter gaat met uw MS. Dit is niet zo, want MS is meestal niet de directe oorzaak van de pijn.
U kunt ook professionele hulp zoeken om over uw angsten te praten, bijvoorbeeld met de huisarts, de MS-verpleegkundige of een psycholoog. Dat kan ook als u last hebt van depressieve gevoelens. Een psycholoog kan u ook technieken leren om met pijn om te gaan. De pijn blijft dan bestaan, maar er valt beter mee te leven. Dit gebeurt soms in een groep. Zoek wel een psycholoog die ervaring heeft met behandeling van pijn (bijvoorbeeld via een pijnteam, zie hierna). En voor de duidelijkheid nog dit: u gaat niet naar een psycholoog omdat u ‘gek’ bent of omdat uw pijn ‘wel psychisch zal zijn’, maar omdat uw stemming en uw gevoelens de pijn beïnvloeden.
Hulpverlening
Als het mogelijk is om de oorzaak van de pijn te bestrijden, moet dat uiteraard gebeuren. Kan dat niet, of helpt het niet genoeg, dan bestaat er een aantal manieren om pijn aan te pakken. Vaak zullen die in combinatie met elkaar worden toegepast.
Medicijnen
Er zijn pijnstillers die wél en pijnstillers die níet van opium zijn afgeleid.
Voorbeelden van pijnstillers die niet van opium zijn afgeleid zijn paracetamol met of zonder coffeïne, carbasalaatcalcium, diclofenac, ibuprofen, naproxen, ketoprofen, indometacine en meloxicam.
Deze pijnstillers worden bij lichte en matige pijn voorgeschreven; bij MS helpen ze meestal voldoende. Ze kunnen via de mond of via de anus (zetpil) worden ingenomen. Innemen gebeurt soms op momenten waarop de pijn het hevigst is, maar meestal op vaste tijden, de klok rond. In dat geval moeten ze de terugkeer van de pijn voorkómen. Zo hoeft u er niet steeds om te vragen.
Pijnstillers die wél van opium zijn afgeleid werken in op het ruggenmerg en de hersenen (het centraal zenuwstelsel). Hierdoor voelt u minder pijn. Deze pijnstillers - bijvoorbeeld codeïne en morfine - werken veel sterker. Ze worden pas voorgeschreven als de zwakkere pijnstillers niet voldoende helpen. Ze kunnen via tabletten, drank, zetpillen of een infuus worden toegediend. U krijgt er vaak een laxeermiddel en soms een antibraakmiddel bij omdat ze verstopping en een enkele keer misselijkheid als bijwerking hebben. Het vervelende van deze middelen is de kans op lichamelijke afhankelijkheid. Dit betekent dat u onthoudingsverschijnselen kunt krijgen als u met de medicijnen stopt. Daarom is het van belang de medicatie in overleg met uw arts af te bouwen.
Sommige medicijnen ondersteunen de pijnstillers en worden in combinatie daarmee gegeven. Ze kunnen effectief zijn als angst, slecht slapen of depressieve gevoelens de pijn versterken. Het gaat om slaapmiddelen zoals temazepam en nitrazepam, maar ook om medicijnen tegen depressie zoals amitriptyline of tegen de angst zoals oxazepam.
Elektrische zenuwstimulatie: TENS
Naast het gebruik van medicijnen kan elektrische zenuwstimulatie de pijn verminderen. De meest bekende vorm van elektrische zenuwstimulatie is TENS (Engelse term voor Transcutane Elektrische Zenuw Stimulatie). TENS is een klein apparaatje (ongeveer zo groot als een pakje sigaretten) dat u bij u draagt, bijvoorbeeld met een clip aan uw kleding. Het apparaatje brengt prikkels voort en geeft deze af aan een soort plakkers (elektroden) die op de huid worden geplaatst in de buurt van de pijnlijke plek. De prikkels die het apparaat voortbrengt zorgen er voor dat de pijn vermindert.
Elektrische zenuwstimulatie wordt bij mensen met MS wel toegepast maar heeft in het algemeen niet zo heel veel effect. Het is eenvoudig om TENS toe te passen maar u moet wel goede uitleg krijgen om het juiste effect te bereiken. Uw huisarts, MS-verpleegkundige, specialist of fysiotherapeut kunnen u informeren over het plaatsen van de elektroden, het regelen van de stroomsterkte, hoe lang en hoe vaak u TENS gebruikt en hoe u uw huid verzorgt.
Fysiotherapie, oefentherapie, ergotherapie
De fysiotherapeut kan u adviezen geven over hoe u kunt blijven bewegen, ondanks uw klachten. Hij of zij kan u bijvoorbeeld adviseren over goede houdingen om te liggen of zitten. De oefentherapeut Mensendieck en Cesar ligt de nadruk op de houding en bewegingsoefeningen. De ergotherapeut leert u om de mogelijkheden die u hebt, te verbeteren of zo goed mogelijk te gebruiken in het dagelijks leven.
Andere behandelingen
Er is een aantal andere behandelingen die nuttig kunnen zijn bij MS. Ze zijn vaak aanvullend op de medische behandelingen.
Bij MS kan hypnose in bepaalde gevallen helpen, bijvoorbeeld als angst of spanning een rol speelt. Wij raden aan een hypnotherapeut in te schakelen die goed op de hoogte is van uw pijn en MS. Overleg hierover met de arts.
Andere behandelingen zijn acupunctuur (tegen pijn) en body stress release therapie (tegen spierspanning). Overleg ook hierover met uw arts.
Pijnteam en pijnpolikliniek
Wanneer de pijn moeilijk te behandelen is of wanneer uw hulpverleners niet deskundig zijn op dit terrein, kunt u worden verwezen naar een ‘pijnteam’. In verschillende grote (meestal academische) ziekenhuizen zijn pijnteams gevormd. Daarin werken een aantal hulpverleners samen om de oorzaak en behandeling van de pijn vast te stellen. Dit zijn bijvoorbeeld een narcotiseur (anesthesist), een verpleegkundige, een psycholoog, een neuroloog, een neurochirurg, een radiotherapeut, een fysiotherapeut, een ergotherapeut, een maatschappelijk werker en een huisarts. Bij pijn kunnen immers veel verschillende zaken meespelen. U kunt voor behandeling worden opgenomen in het ziekenhuis, maar behandeling op de polikliniek (‘pijnpoli’) zelf is vaak ook mogelijk.
Verwachtingen
De meeste mensen met MS krijgen in de loop van hun leven op de een of andere manier te maken met pijn.