Klachten bij het plassen
Spierproblemen kunnen tot plasklachten leiden. Als de blaasspier te actief is, of de sluitspier van de plasbuis niet voldoende aangespannen, kunt u moeilijk urine ophouden. Het kan ook zijn dat de sluitspier te actief is, waardoor u moeilijk urine uit kunt plassen. Een combinatie komt ook voor.Hoe werkt de blaas?
Het lichaam heeft twee nieren. De ene nier bevindt zich links en de andere nier rechts van de wervelkolom, ongeveer ter hoogte van de middel. De nieren produceren de urine. Elke nier is door een urineleider verbonden met de blaas. De blaas ligt onder in het midden van de buik. De urine stroomt door de urineleiders van de nieren naar de blaas. Vanuit de blaas stroomt de urine door de plasbuis via de penis of tussen de schaamlippen naar buiten. Deze plasbuis wordt door een sluitspier afgesloten. Hierdoor stroomt de urine niet meteen door naar buiten, maar wordt in de blaas opgeslagen.
De blaas is hol en heeft een rekbare wand. De blaaswand bestaat uit spierweefsel: de blaasspier. In de loop van een paar uur stroomt de blaas langzaam vol met urine. Wanneer de blaas vol is, moet iemand plassen. De sluitspier die de plasbuis afsluit ontspant zich dan, zodat de plasbuis niet langer afgesloten is. Tegelijkertijd knijpt de blaasspier zich samen, waardoor de urine door de plasbuis naar buiten wordt geperst.
Bij MS kunnen er zenuwbanen beschadigd raken. Daardoor kan bijvoorbeeld de werking van de blaasspier en de sluitspier verstoord raken. Mensen met MS kunnen daarom problemen met de blaas en met plassen krijgen. Soms kunnen ze de urine niet ophouden, soms kunnen ze moeilijk plassen en soms hebben ze een combinatie van beide klachten.
Deze klachten worden hierna beschreven. De verschijnselen kunnen erg op elkaar lijken, waardoor het niet altijd duidelijk is wat nu precies de oorzaak is en wat de behandeling moet zijn. Wij raden daarom aan om bij klachten van de blaas altijd binnen enkele dagen de huisarts, MS-verpleegkundige of neuroloog te bezoeken. Zij kunnen bepalen of een verwijzing naar een uroloog nodig is.
Soms lijken deze MS-klachten op de klachten van een blaasontsteking. Als u dan een blaasontsteking krijgt, bestaat de kans dat deze over het hoofd wordt gezien. Ga daarom altijd naar de huisarts of MS-verpleegkundige als u klachten hebt zoals een branderig gevoel bij het plassen en steeds hele kleine beetjes moeten plassen. Uw behandelaar kan door een urine-onderzoek een blaasontsteking vaststellen en behandelen.
I Urine niet kunnen ophouden
De blaasspier kan door MS te actief zijn en knijpt daardoor al samen als de blaas nog niet vol is. Het gevolg is dat iemand de urine niet kan ophouden. Ook kan het zijn dat door MS de sluitspier niet voldoende aangespannen is, waardoor de urine niet in de blaas wordt opgeslagen, maar meteen naar buiten loopt. Het gevolg is dat iemand steeds kleine hoeveelheden urine verliest. Dit wordt (urine)incontinentie genoemd.
Verschijnselen
- Sterke, soms zelfs pijnlijke drang om te plassen. Op het toilet komt er maar heel weinig urine (soms maar een paar druppels). Kort daarna (bijvoorbeeld een half uur) komt de aandrang opnieuw.
- Soms is de drang zo sterk dat iemand de urine niet op kan houden. Dit wordt ‘urge-incontinentie’ genoemd.
- Het plassen zelf is soms gevoelig.
- Soms moet iemand ook ’s nachts een paar keer het bed uit om te plassen, of plast in bed.
Wat kunt u doen?
- Overleg altijd met de huisarts of MS-verpleegkundige. Bij blaasproblemen loopt u altijd gevaar een infectie op te lopen.
- Houd na overleg met de arts een paar dagen in een dagboekje bij wanneer u plast, hoeveel dit ongeveer was, hoeveel u drinkt en wat de klachten zijn (moeite met plassen, urine laten lopen enzovoort). Dit kan helpen om de oorzaak te vinden.
- Drink overdag voldoende (twee liter) en ’s avonds weinig; dan hoeft u er ’s nachts niet uit. Plas op vaste tijden, om de twee à drie uur. Ga niet met opzet weinig drinken, omdat de kans op een blaasontsteking daardoor toeneemt. Bovendien loopt u dan de kans uit te drogen.
- Minder drinken is bij wijze van uitzondering handig als u iets gaat doen waarbij u niet makkelijk kunt plassen (theater, bij sporten enzovoort). Drink na de activiteit extra, zodat u voldoende vocht binnenkrijgt.
- Alcohol (vooral bier), cola, koffie en thee zorgen er voor dat uw lichaam veel urine aanmaken, waardoor u vaker moet plassen. Als u daar veel last van hebt kunt u deze dranken vervangen door andere (vruchtensap, water, melk).
- Als iemand van een warme ruimte naar een koude ruimte gaat, ontstaat ook vaak aandrang om te plassen. Warme kleding zorgt er voor dat u niet afkoelt en kan daarom helpen.
- Draag kleding die u snel los kunt maken, met bijvoorbeeld sluitingen van klittenband en een rits in plaats van knopen.
Wat kan de hulpverlening doen?
- Om de oorzaak van de klachten vast te stellen, kan de huisarts, MS-verpleegkundige of uroloog een aantal onderzoeken doen, bijvoorbeeld een blaastest (vaak al eerder), urineonderzoek en röntgenfoto van blaas en nieren.
- Er zijn medicijnen: oxybutynine, flavoxaat of tolterodine die de blaasspier minder actief maken. Een bijwerking hiervan is een moeilijke stoelgang; dit moet voorkomen worden.
- Er bestaan hulpmiddelen voor incontinentie, zoals speciaal ondergoed en ondermatjes voor in bed. De wijkverpleging kan u hierover informeren. Ook de apotheek kan advies geven. Bij mannen kan een condoomcatheter helpen. Dit is een catheter waarvan het begin als een soort condoom om de penis wordt aangebracht.
- Wie incontinent is, zal zich waarschijnlijk vaker wassen. Was uzelf liefst zonder zeep, want zeep ontvet waardoor de huid uitdroogt en eerder beschadigt. Zorg ervoor dat de huid goed droog is, om smetten te voorkomen. Na het wassen kunt u een huidbeschermende crème gebruiken, liefst een neutrale zoals babycrème of -lotion. Als u talkpoeder gebruikt moet. de huid heel droog worden gemaakt (dus niet vlak nadat u een lotion of crème hebt gebruikt); gebruik weinig poeder.
- In sommige gevallen kan blaastraining helpen; door blaastraining leert u de urine steeds langer op te houden. U leert ook de blaas leeg te maken door de buikspieren aan te spannen en op de buik te kloppen op de plaats waar de blaas ligt (vlak boven het schaambeen, ongeveer tien centimeter onder de navel). Druk niet te hard op uw buik, omdat u dan de urine terug naar de nieren kunt persen en er daar een infectie kan ontstaan! Als u om het uur de blaas leegt, heeft deze weinig tijd om zich te vullen en treedt er geen incontinentie op. Op een gegeven moment lukt het om de tussenpozen steeds langer te maken. De huisarts, MS-verpleegkundige of de wijkverpleging kan u meer vertellen over blaastraining. Blaastraining bij MS levert helaas niet altijd succes op.
- Om incontinentie te voorkómen moet de blaas dus regelmatig leeg worden gemaakt. Vaak blijft er na het legen toch urine in de blaas achter (retentie). Het kan dan een oplossing zijn om zelf een catheter (slangetje) in de blaas in te brengen, waardoor de urine uit de blaas stroomt. Vraag advies van de uroloog.
Verwachtingen
- De effecten van de verschillende behandelingen verschillen sterk van persoon tot persoon. Soms zult u even moeten zoeken naar wat bij u het beste werkt. Maar over het algemeen kunnen blaasproblemen redelijk aangepakt worden en zijn infecties te voorkomen.
- In het begin zijn de blaasproblemen hinderlijk en veel mensen schamen zich hiervoor. Gelukkig verdwijnen de problemen vaak weer. In een later stadium van MS neemt de kans toe dat de klachten niet meer verdwijnen en kan therapie noodzakelijk worden.
Meer tips
- Wie urine verliest kan zich daar erg voor schamen. Andere mensen zouden het kunnen zien of ruiken en het is ook vervelend wanneer de lakens regelmatig verschoond moeten worden. Wacht niet te lang met het waarschuwen van uw arts (ook al hebt u weinig last), want er is vaak iets aan te doen. Ondertussen kunt u de mensen met wie u samen leeft op de hoogte stellen van de klacht, zodat u niet steeds hoeft te proberen deze te verbergen.
- Sommige medicijnen kunnen incontinentie verergeren, bijvoorbeeld plaspillen. In overleg met de arts kunt u deze misschien ’s ochtends innemen zodat u’s nachts niet uit bed hoeft te komen. Kalmeringsmiddelen (tranquillizers) kunnen tot gevolg hebben dat u te laat op het toilet aankomt.
Zorgboek Urineverlies (incontinentie)
Bij Stichting September is een Zorgboek Urineverlies (incontinentie) verschenen. Dit kan vooral handig zijn als u blijvend last hebt van urineverlies. Het boek is te koop via www.boekenoverziekten.nl of in de apotheek.
II Urine moeilijk uit kunnen plassen
Het kan zijn dat de sluitspier die de plasbuis afsluit, te actief is. De urine kan dan niet goed naar buiten, dus iemand kan moeilijk uitplassen. Hierdoor kan urine achterblijven in de blaas. Het komt ook voor dat de blaasspier niet sterk genoeg is om de urine naar buiten te persen; ook dan is uitplassen moeilijk en kan urine in de blaas achterblijven.
Als urine achterblijft in de blaas, is de kans groter dat er bacteriën in de blaas groeien, waardoor er een blaasontsteking ontstaat. Als de blaas heel vol is, kan het zijn dat de urine teruggeperst wordt in de urineleiders, richting nieren. Dat kan infecties veroorzaken, die de nieren kunnen beschadigen. Al deze infecties moeten worden voorkòmen.
Verschijnselen
- Moeite om het plassen op gang te laten komen; daarna komt de urine in een slappe straal of in druppels naar buiten. Soms breekt de straal plotseling af.
- Sommige mensen voelen dat hun blaas na het plassen nog niet helemaal leeg is. Een overvolle blaas kan zelfs pijnlijk zijn. Het kan ook zijn dat iemand dit door MS niet meer kan voelen.
- Bij lachen, persen, hoesten of verandering van houding kan iemand urine verliezen. Dit komt omdat de blaas vol is (want uitplassen is moeilijk). Het lachen maakt de druk in de buik hoger, waardoor toch urine naar buiten wordt geperst. Dit noemt men overloopincontinentie. Wanneer de blaas steeds een paar druppels overloopt, lijkt het op de verschijnselen die genoemd worden onder Urine niet kunnen ophouden (vaak kleine beetjes plassen en druppelen), maar het is iets anders!
Wat kunt u doen?
- Overleg altijd met de arts in verband met het infectiegevaar.
- Houd na dit overleg een paar dagen in een dagboekje bij wanneer u plast, hoeveel dit ongeveer is, hoeveel u drinkt en wat de klachten zijn (moeite met plassen, urine laten lopen enzovoort). Dit kan helpen om de oorzaak te vinden.
- Strakke kleren om de buik kunnen de overloopincontinentie opwekken. Dit is te voorkomen door lossere kleding te dragen. De blaas moet op tijd geleegd worden, zie hierna.
Wat kan de hulpverlening doen?
- Om de oorzaak van de klachten vast te stellen, kan de huisarts of uroloog een aantal onderzoeken doen, bijvoorbeeld urineonderzoek, röntgenfoto van blaas en nieren, testen van de blaas. De arts kan infecties bestrijden.
- Medicijnen kunnen helpen wanneer de blaasspier te zwak is. Er zijn verschillende medicijnen. Informeer bij uw arts.
- Om de blaas te legen kan er om de vier à zes uur een katheter ingebracht worden. Dit is een slangetje dat via de plasbuis in de blaas geschoven wordt. Hierdoor kan de urine wegstromen. U kunt dit ook zelf leren doen (of een huisgenoot/partner). Tussen de katheterisaties door kunnen medicijnen worden voorgeschreven die ervoor zorgen dat u in de tussentijd geen urine laat lopen. Een bijwerking kan een moeilijke stoelgang zijn. Dit kan voorkómen worden (zie verderop).
- Mannen kunnen ook een zogenaamde condoomkatheter gebruiken. Dit is een katheter waarvan het begin als een soort condoom om de penis aangebracht wordt.
- Ook kan via een kleine ingreep de sluitspier ingesneden worden zodat de plasbuis minder hard dichtgeknepen wordt.
- Wie zelf geen katheter kan inbrengen, kan een katheter laten inbrengen die steeds ongeveer een maand blijft zitten. Er zijn twee soorten: de ene loopt via de plasbuis naar de blaas. Dat is een verblijfskatheter. Een nadeel hiervan is dat er vaak infecties optreden. De andere gaat vlak boven het schaambeen door de buikhuid rechtstreeks in de blaas, Dit noemt men een zogenaamde suprapubische katheter.
- Wie incontinent is kan hulpmiddelen aanschaffen, zoals speciaal ondergoed, ondermatjes voor in bed. Deze worden meestal door de zorgverzekeraar vergoed. De wijkverpleging of de apotheek kan u hierover informeren.
- Een heel enkele keer worden de urineleiders tijdens een operatie van de blaas losgemaakt en laat men ze uitmonden in een zakje dat op de buik gedragen wordt. De urine komt niet meer in de blaas, maar direct in het zakje, dat regelmatig geleegd kan worden: een urostoma.
Verwachtingen
- De effecten van de verschillende behandelingen verschillen sterk van persoon tot persoon. Soms zult u even moeten zoeken naar wat bij u het beste werkt. Maar over het algemeen kunnen blaasproblemen redelijk worden opgelost en zijn infecties te voorkomen.
- In het begin zijn de blaasproblemen hinderlijk en veel mensen schamen zich hiervoor. Gelukkig verdwijnen de problemen vaak weer. In een later stadium van MS neemt de kans toe dat de klachten niet meer verdwijnen en kan therapie noodzakelijk worden.
III Combinatie van beide klachten
Als u last hebt van een combinatie van genoemde klachten, zal ook de therapie een combinatie zijn van wat hiervoor genoemd is. Er zijn vele mogelijkheden: overleg met uw arts.