Klachten van de huid: doorliggen

Het is goed om alert te zijn op klachten van de huid. Doorliggen kunt u het beste proberen te voorkómen.

Hoe ontstaat doorliggen?

Doorliggen (decubitus) is geen direct gevolg van MS, maar ontstaat wanneer mensen lang in bed of in een rolstoel verblijven. De gevolgen van doorliggen zijn ernstig. Daarom wordt hier besproken wat u kunt doen om het te voorkomen en te verhelpen.

Doorliggen ontstaat op plaatsen waar de huid te lijden heeft van druk. Druk ontstaat met name bij benige uitsteeksels van uw lichaam (waar u op zit, ligt of steunt­)­. Bijvoorbeeld: hielen, stuit, oren, achterhoofd, elleboog, heupen, knie of het gebied rond de anus en bilnaad.

Ook ontstaat doorliggen bij wrijving (door glijden), bijvoorbeeld op uw stuit of hielen. Doorliggen kan ook ontstaan als u beugels, speciale schoenen of ander­e hulpmiddelen gebruikt. Als uw huid door deze hulpmiddelen vochtig en warm wordt, wordt deze gevoeliger en de kans op doorligplekken groter.

Door druk en wrijving vermindert de bloedsomloop van de huid. Deze krijgt dan te weinig zuurstof en er treden beschadigingen op. Als de huid lang geen zuurstof krijgt, sterft deze af en ontstaat er een wond (gat). De wond gaat vaak ontsteken, waardoor grote, vuile wonden ontstaan (zweren). Neem ter voorkóming van doorligplekken snel contact op met de wijkverpleeg­kundige. Deze heeft veel kennis en ervaring op dit gebied.

Verschijnselen

  • De eerste verschijnselen zijn felrode plekken op de huid; let extra op de plaatsen die hierboven genoemd zijn, maar ook op andere plaatsen waar druk of wrijving bestaat. De plekken kunnen pijnlijk zijn. Huid die onder druk staat, wordt altijd rood, maar normaal gesproken trekt dat na een half of heel uur weg. In dit geval trekt de roodheid niet weg, ook niet als de druk eraf is. Ook kan er een harde plek blijven bestaan als de roodheid wel wegtrekt.
  • Later wordt de roodheid donkerder, kunnen er blaren of puistjes verschijnen en ontstaat er een harde schijf in de huid, zo groot als de rode plek. Op den duur wordt de kleur nog donkerder en wordt het weefsel zacht.
  • Nog later kunnen hier open wonden in ontstaan die gaan ontsteken.
  • Als iemand door MS bepaalde delen van de huid niet goed meer voelt, is het zaak om extra op te letten, omdat hij niet voelt dat er iets aan de hand is! Mensen met gevoelsstoornissen lopen dus meer risico. Zij voelen weinig of niets en gaan dus niet verzitten of verliggen. Bij verlammingen en incontinentie (het laten lopen van urine of ontlasting) is de kans op doorliggen ook groter.

Wat kunt u doen?

  • Vraag een bezoek aan van de wijkverpleging als u lange tijd in bed, op een stoel of in een rolstoel moet verblijven. De wijkverpleging kan tips geven om doorliggen te voorkomen.
  • Waarschuw direct de wijkverpleegkundige, MS-verpleegkundige of de huisarts wanneer u de eerste tekenen van doorliggen opmerkt (felrode, eventueel pijnlijke huid op één van de beschreven plaatsen of een harde plek die blijft bestaan nadat de roodheid weggetrokken is)! Open wonden kunnen dan worden voorkomen. Belast deze plek niet meer tot de hulpverlening ernaar gekeken heeft.
  • Als u minder goed kunt voelen, kijk dan regelmatig (ten minste tweemaal per dag) de beschreven plaatsen nauwkeurig na of laat iemand anders dit doen. Gebruik zo nodig een spiegel voor plaatsen die u niet goed kunt zien.

Doorliggen voorkómen

Als u lang in bed of in een (rol)stoel verblijft, kunt u maatregelen nemen om doorliggen te voorkómen. Bedrust is eigenlijk het laatste wat u moet doen. Probeer zo lang mogelijk in een stoel naast het bed te zitten.

1. Verminder de druk op de huid

  • Zorg dat er zo weinig mogelijk druk op de huid ontstaat (met name op de plaatsen die hierboven zijn genoemd).
  • Ontstoken tenen of plekken op de voeten: leg deze in bed vrij met bijvoorbeeld kussens of een stukje schuimrubber met daarin een uitsparing. Dit kan op zijn plaats worden gehouden door een sok.
  • Ga niet zonder schoenen in de rolstoel, dit kan allerlei beschadigingen van de huid tot gevolg hebben. Knip liever een uitsparing in oude of goedkope schoenen.
  • Hielen: lig veel op uw buik liggen (buikligging). Als u toch op uw rug ligt, doe dan dikke kussens onder de benen.
  • Heupen: lig zo veel mogelijk op uw buik. Rugligging kan soms ook, maar vermijd zij­ligging. Controleer of u in de (rol)stoel goed vrij zit.
  • Zitknobbels: lig op uw buik, eventueel af en toe op de zij. Probeer een ander zitkussen wanneer doorligplekken vaak voorkomen.
  • Stuit: lig op uw buik, eventueel af en toe op de zij. Als doorligplekken ontstaan door het liggen op de rug, vraag dan advies over speciale matrassen. Als doorligplekken door zitten worden veroorzaakt, probeer dan een ander zitkussen of rugkussen (beide met uitsparing midden achter).

2. Voorkom wrijving op uw huid

  • Laat u tillen of rollen in plaats van schuiven wanneer iemand u helpt.
  • Probeer niet schuin te zitten (dat wil zeggen onder een hoek van vijfenveertig graden). Hier­door glijd­t u voortdurend onderuit. Zit dus rechtop.
  • Dep in plaats van wrijf met een (zachte) handdoek en een (zachte) washand.

3. Houd uw huid droog

Vocht verweekt de huid, die daardoor kwetsbaarder wordt.

  • Was daarom niet meer dan één keer per dag met zeep. Laat geen zeepresten op de huid achter. Gebruik lauw water.
  • Verschoon natte lakens (door wassen, zweten of urine) direct.

Verdere tips

In een stoel

  • Probeer rechtop te zitten (negentig graden). Het huidoppervlak waar uw gewicht op rust is dan het grootst.
  • Ga regelmatig verzitten: elke vijftien minuten.
  • De onderlaag waarop u zit moet glad zijn (plooien geven druk). Draag glad zittende kleding om plooien te voorkomen.
  • Wrijf drukplekken regelmatig in, bijvoorbeeld viermaal daags (niet vaker, ander­s wordt de huid te week) met een vette crème (lanette) of met zinkolie (te koop bij de apotheek).
  • Massage op drukplekken kan helpen, eventueel met speciale huidversterkende middelen.
  • Een gestrekte houding helpt vergroeiingen van heupen en knieën te voorkomen. Vraag advies aan de fysiotherapeut.
  • Kleine kussentjes tussen de knieën voorkomen doorligplekken.

In bed

  • Lig zo veel mogelijk languit. Het huidoppervlak waarop uw gewicht drukt is dan het grootst.
  • Gebruik een dekenboog en eventueel een antidecubitusmatras (verkrijgbaar via de uitleendienst van de thuiszorgorganisatie). Katoenen lakens broeien minder dan nylon lakens. Het bed mag niet te hard zijn (te veel druk), maar ook niet te zacht (glijden). Informeer bij de wijkverpleging.
  • Verander regelmatig van lighouding, waarbij uw knieën en enkels elkaar niet ra­ken.
  • Een handgreep (papegaai) bij uw hoofdeinde kan u helpen als u zelf van houding wilt veranderen.
  • De onderlaag waarop u ligt, moet glad zijn: trek het laken recht, vermijd kruimels.
  • Houd het onderlichaam zo bloot als uzelf prettig vindt. Dit voorkomt ook dat u op plooien ligt.
  • Soms zijn spontane trekkingen (zie spierklachten) een oorzaak van doorliggen. Overleg met de arts of de dosis medicijnen hiertegen moeten worden verhoogd.
  • Beweeg regelmatig in bed. Vraag zo nodig fysio­therapie aan.
  • Slaap op uw buik: alle plaatsen waarop overdag druk staat, liggen dan volkomen vrij. Met name knieën en tenen die de lakens aanraken blijven kwetsbare plekken. Dit verzacht u door onder uw knieën een schapenvacht te leggen en onder uw onderbenen een gewoon kussen, zodat uw tenen vrij liggen van de matras.
  • Probeer niet lang achter elkaar op uw zij te liggen (maximaal één à twee uur). Dit geeft de meeste risico’s op doorliggen. Als het niet anders kan, leg dan een schapenvacht onder de heup, en leg tussen knieën en voeten een kussen zodat deze niet op elkaar drukken. U moet ten minste één keer per nacht draaien. Als u op uw rug ligt, is de stuit steeds belast. Leg hieronder een schapenvacht.

U kunt bij de uitleendienst van de thuiszorgorganisatie deken­bogen of ‘flotation pads’ (kussens) lenen. Tevens kunnen daar antidecubitus­matrassen, luchtmatrassen, watermatrassen en vezelmatrassen worden geleend. Deze hulpmiddelen zijn gemakkelijk te vervoeren, zodat u op vakantie en uit logeren kunt gaan.

Kleding

Onderbroeken met pijpjes zijn een alternatief voor slips. Dit voorkomt knellend elastiek. Verwijder alle knopen, gespen en dergelijke die op drukplaatsen zitten.

Gebruik een stoel, een rolstoel of een bed niet als bergplaats door van alles naast uw benen te leggen (zoals een aansteker of sleutels). Als ze onder de billen glij­den voelt u dat misschien niet en levert het gevaar voor decubitis op.

Rolstoel

De rolstoel moet vooral goed passen: breed genoeg, zodat de heupen niet klem zitten. Het zitkussen moet lang genoeg zijn: twee à drie centimeter ruimte tussen het einde van het zitkussen en de knieholte. De zitknobbels zijn kwetsbare plekken. Hierbij is de afstand van de voetsteppen tot het zitkussen het belangrijkst. Deze moet zo zijn, dat de voeten goed op de steppen steunen en de hele bovenbenen (van voor tot achter) volledig steunen op het zitkussen, wat voor kussen dit ook is. Veel rolstoelgebruikers steunen met één voet op de kuitband; dit kan wel eventjes, maar zeker niet langdurig. Er zijn verschillende soorten zitkussens, maar voor alle kussens gelden de algemene regels (zie hiervoor). Regelmatig ontlasten van de drukplaats is het belangrijkst, ieder kwartier. Dit doet u door uzelf op te drukken, zodat het onderlichaam vrij komt van de zitting (‘liften’). Als u dat niet kunt, moet iemand anders u even optillen.

Beugels en schoenen

De maat en de afwerking moeten goed zijn. De risicoplaatsen moeten met zacht materiaal worden bekleed. Inspecteer de huid dagelijks.

Hulpverlening

  • De wijkverpleging, de MS-verpleegkundige en uw huisarts kunnen u maatregelen uitleggen en voordoen. Zij kunnen u helpen om een dekenboog, papegaai en dergelijke te krijgen. Zij kunnen u adviezen geven om doorliggen te voorkómen en eventuele plekken te behandelen.
  • De fysiotherapeut kan u leren hoe u op verantwoorde manier in beweging kunt blij­ven en adviezen geven over uw houding (in bed, in een stoel).
  • U kunt ook terecht bij het Hulpmiddelen Informatie Centrum (HIC): www.hethic.nl.

Verwachtingen

Open wonden zijn vaak moeilijk te genezen. Ze zien er vaak vuil uit, kunnen onaangenaam ruiken en u kunt zich er ook ziek door voelen. In ernstige gevallen kunt u worden opgenomen in het ziekenhuis of revalidatiecentrum. Een huidarts neemt dan de behandeling over.

Meer informatie

De wijkverpleging heeft verstand van zaken over het voorkomen en behandelen van doorligplekken. Bij veel ziekenhuizen kunt u ook bij het spreekuur van de MS-verpleegkundige terecht voor advies.

Alle informatie op het gedeelte 'Alles over MS' van deze website: copyright Stichting September/September Multimedia, info@stichtingseptember.nl