Depressie
De invloed van MS op uw stemming
Depressie
Mensen met en zonder MS kunnen last hebben van depressies. Hoeveel mensen met MS deze klachten hebben en hoe ernstig ze zijn, staat nog niet vast. Het is niet duidelijk of MS een directe invloed heeft op de geest, bijvoorbeeld door beschadiging van bepaalde gebieden in de hersenen. Het kan ook zijn dat de klachten een gevolg zijn van de problemen die MS met zich meebrengt. Bijvoorbeeld: u wordt somber en depressief omdat u door MS uw baan moet opgeven.
Er bestaat geen verband tussen het krijgen van MS en iemands karakter. Dit wil zeggen dat wanneer iemand een bepaald karakter heeft, de kans niet groter of kleiner is dat hij MS zal krijgen.
Euforie
Men heeft lang gedacht dat veel mensen door MS een buitengewoon goed humeur kregen dat hen niet in de steek liet - zelfs niet als zij ernstig gehandicapt werden door hun ziekte. Dit bijzonder goede humeur wordt euforie genoemd. Uit onderzoeken die de laatste tijd zijn uitgevoerd, is echter gebleken dat dit meestal onjuist is.
Mensen met MS kunnen opgewekt zijn, minder opgewekt en ook somber, net als alle andere mensen. Al lijkt het soms wel dat mensen met MS aan de ‘buitenkant’ vrolijk overkomen ondanks hun problemen. Deze mensen hebben echter met de MS-problemen leren omgaan.
Als u vrolijk door het leven gaat, heeft dat meestal niets te maken met MS, maar hebt u gewoon een goed humeur.
Wanneer is het een depressie?
De kernsymptomen van een depressie zijn dat u langere tijd ongewoon somber bent (u hebt een depressieve stemming) en dat u vrijwel nergens plezier of interesse in hebt (een verminderd vermogen om te genieten).
Deze somberheid is anders dan het verdriet of de somberheid die iedereen wel eens voelt. Uw sombere stemming is niet of nauwelijks te beïnvloeden. Ook als er iets goed gaat, verbetert uw stemming niet of nauwelijks. Bij niet-depressieve mensen gebeurt dit wel: iemand die gezakt is voor een rijexamen zal een dag of misschien een week een slechte stemming hebben, maar deze zal minder overheersend zijn en zal weer verbeteren als er iets leuks gebeurt. Een groot verschil met depressiviteit.
Nergens plezier of interesse in hebben
Bij een depressieve stemming hoort vaak ook dat u nergens plezier in hebt en vrijwel nergens interesse voor hebt. Behalve somber bent u dus ook erg lusteloos. Zelfs gebeurtenissen waar u normaal vrolijker van zou worden, gaan nu langs u heen. U beleeft er geen plezier aan. Ook uw interesses verdwijnen. Bijvoorbeeld: u laat een hobby links liggen, de lol is er vanaf.
Er is pas echt sprake van een depressie als u gedurende zeker twee aaneengesloten weken, iedere dag, het grootste deel van de dag last hebt van een depressieve stemming en/of een duidelijke vermindering van interesse of plezier. Daarnaast heeft iemand met een depressie last van een aantal andere symptomen, die samenhangen met de depressieve stemming bijvoorbeeld: slapeloosheid, gevoelens van waardeloosheid of buitensporige of onterechte schuldgevoelens, besluiteloosheid of concentratieproblemen. Een depressie verstoort uw dagelijks functioneren.
Andere klachten
Naast de depressieve stemming kunnen bij een depressie andere klachten voorkomen. Deze klachten worden hier beschreven. U krijgt niet met alle klachten te maken.
- U kunt bijvoorbeeld sneller geïrriteerd raken. Veel depressieve mensen ergeren zich aan van alles. Ook kunt u onzeker zijn of angstig. Het kan ook zijn dat u juist minder voelt: alsof niets u meer kan raken.
- Een depressie kan een sterke invloed hebben op uw manier van denken. Waarschijnlijk hebt u een negatief beeld van uzelf. Mogelijk denkt u dat niets meer zin heeft. Verder kan het voorkomen dat u concentratieproblemen hebt of besluiteloos bent. Sommige mensen denken veel aan de dood.
- Deze gedachten en gevoelens kunnen zich uiten in lichamelijke klachten. De depressie gaat dan gepaard met of zelfs schuil achter klachten als hoofdpijn, slapeloosheid en minder energie hebben.
- Door de depressie kan uw gedrag veranderen. Omdat u het gevoel hebt dat niets zin heeft, kan het zijn dat u minder of niets meer onderneemt. Sommige mensen verwaarlozen zichzelf, omdat ze zichzelf niets waard vinden. Het kan ook zijn dat u contact met andere mensen uit de weg gaat.
- Sommige klachten komen minder vaak voor. Zo kan er sprake zijn van een fobie, waarbij u zonder reden extreem angstig bent. Ook hebben sommige mensen met een depressie last van psychoses.
Oorzaken
Er zijn vormen van depressie waarbij een lichamelijk tekort (een tekort aan bepaalde stoffen in de hersenen) aangetoond kan worden. Er zijn ook vormen van depressie waarvan duidelijk is dat zij ontstaan wanneer mensen problemen niet goed kunnen verwerken.
Voor depressies geldt in het algemeen dat de oorzaak onduidelijk is. Ook voor depressies bij mensen met MS is de oorzaak niet duidelijk.
Als iemand MS heeft, kan hij hierdoor somber zijn of in de put zitten. Dit is een normale reactie die ook heel begrijpelijk is. Eigenlijk zou men in zulke gevallen niet van depressie moeten spreken. Het is geen ziekteverschijnsel. Bij een echte depressie is het verband tussen de oorzaak (MS) en gevolg (sombere stemming) verdwenen. Iemand is veel somberder dan logisch te verklaren is.
Maar het kan ook zijn dat de depressie niets met MS te maken heeft, want iedereen kan depressief worden; mensen met en mensen zonder MS.
Uitzichtloosheid
Als iemand totaal wordt beheerst door somberheid en het gevoel van uitzichtloosheid, kan het zijn dat hij nog maar één oplossing ziet: van deze wereld verdwijnen. Misschien herkent u dit.
Gedachten over zelfdoding zijn niet vreemd en komen relatief vaak voor bij mensen met MS. Daarvoor zijn veel redenen te bedenken, bijvoorbeeld dat u zich in de steek gelaten voelt door uw eigen lichaam (‘mijn lichaam doet niet meer wat ik wil’). U kunt uw eigen lichaam dan gaan haten en zich erin opgesloten voelen. Zelfdoding lijkt dan de enige manier om hieraan te ontsnappen. Gedachten over zelfdoding komen niet van de ene op de andere dag. Er gaat vaak een lange periode van depressieve gevoelens aan vooraf.
Om iets aan deze gedachten te kunnen doen is het nodig dat u aan uzelf toegeeft dat deze gedachten er zijn. Dit gaat makkelijker zodra u zich realiseert dat veel mensen last hebben van depressies en het in die zin dus ‘normaal’ is.
U kunt merken dat gedachten over zelfdoding vaak terugkomen en dat u er alleen niet uitkomt. Wij raden in dit geval aan hierover altijd te praten met iemand waarin u vertrouwen hebt. Zo’n vertrouwenspersoon kan een vriend zijn of een hulpverlener (bijvoorbeeld de huisarts of MS-verpleegkundige). Op die manier kunnen de gevoelens worden gedeeld. Roep in ieder geval hulp in als de plannen vastere vorm gaan aannemen. Hoe eerder hoe beter. Maar het is nooit te laat om hulp te vragen of te krijgen! Sombere gevoelens moeten serieus genomen worden. Dan kan er nagegaan worden waar ze vandaan komen en wat er aan te doen is.
Wat kunt u zelf doen?
Zoals hiervoor al werd beschreven: voordat u iets kunt doen moet u eerst weten dat u een depressie hebt. Wanneer u de hiervoor genoemde verschijnselen bij uzelf herkent, overleg dan met uw huisarts of MS-verpleegkundige.
Het klinkt tegenstrijdig en voor een depressief persoon misschien wel ongeloofwaardig, maar keer op keer is bewezen dat het kan helpen als u zichzelf er toe brengt om heel gewone handelingen te doen, die op het eerste gezicht niets met de neerslachtige stemming te maken hebben. Enkele voorbeelden:
- Zorg voor een goed en gevarieerd dieet, waarin alle noodzakelijke voedingsstoffen zitten. Juist bij weinig eetlust is het belangrijk om een goed samengestelde maaltijd te eten en niet te hooi en te gras dan weer bijvoorbeeld een appel en dan weer een reep chocola te nuttigen.
- Zorg voor ontspanning en rust. Dat lijkt misschien raar in een periode waarin u misschien toch al het gevoel hebt dat er ‘niets uit uw handen komt’. Maar omdat de gedachten bij een depressie vaak in een kringetje ronddraaien, kan het helpen om afwisseling te zoeken. Richt uw aandacht af en toe op iets anders: lees bijvoorbeeld een boek(je) of ga naar een film.
- Stel haalbare doelen. Probeer niet ineens vandaag of morgen alles te doen wat de afgelopen tijd is blijven liggen. Begin met iets kleins: iemand opbellen is makkelijker dan ‘een paar mensen eindelijk eens een brief te schrijven’. Begin bijvoorbeeld met het opruimen van een tafel in plaats van de hele kamer. Op die manier wordt het gestelde doel gehaald en kunt u tevreden op een dag terugkijken. Dit heeft een goede invloed op uw stemming.
- Bedenk dat de mensen die u al langer kennen, u heus niet alleen beoordelen op wat u de afgelopen tijd hebt gedaan of juist níet hebt gedaan. Iedereen maakt minder goede periodes door. Anderen hebben daar vaak meer begrip voor dan u denkt. Zeker als u duidelijk kunt maken dat het niet iets persoonlijks is dat u misschien wat minder langskomt of weinig van u laat horen.
- Laat anderen voor u zorgen als zij dat willen. Stap af van het idee dat u alles zelf moet kunnen oplossen. Niemand, met of zonder MS, kan zonder medemensen leven en iedereen wil gewaardeerd worden. Er zullen meestal mensen zijn die graag iets voor u doen. Laat ze dat doen en laat blijken dat u dat op prijs stelt. U merkt dan waarschijnlijk dat de buitenwereld positiever is dan u misschien wel dacht.
Ten slotte: niet alleen ú moet leven met MS. Ook de mensen die dichtbij u leven, zoals uw partner en gezinsleden, hebben ermee te maken. Ook zij maken perioden door waarin ze zich onzeker voelen over de toekomst en kunnen somber worden door een gevoel van machteloosheid. U kunt hen hierbij steunen. Juist ondersteuning van u kan veel voor hen betekenen.
Hulp
Er bestaan veel mogelijkheden om hulp te krijgen. Soms komt de beste hulp van een goede vriend of vriendin, soms geeft een MS-praatgroep de juiste steun.
In andere gevallen kunnen professionele hulpverleners uitkomst bieden. Dit kan de huisarts, MS-verpleegkundige of de neuroloog zijn. Zij kunnen als dat nodig is, ook verwijzen naar een maatschappelijk werker, een psycholoog of een psychiater. Dit hangt af van de aard van de problemen.
Hulpverleners kunnen met gesprekken en eventueel met medicijnen helpen om een nieuw evenwicht te vinden. Gesprekken gebeuren individueel of in groepen. Meestal gaat het om een serie gesprekken.
Medicijnen die kunnen worden voorgeschreven zijn bijvoorbeeld fluoxetine of paroxetine. De meeste medicijnen hebben ongeveer veertien dagen nodig voordat hun werking ook echt merkbaar wordt. Pas na vier tot zes weken zal blijken of het medicijn goed werkt. Het duurt dus even voordat er verbetering optreedt. Wijk niet af van de voorgeschreven dosering. Hoe lang de medicijnen moeten worden ingenomen, kan met de arts worden besproken.
Verander of stop de medicijnen niet op eigen houtje, ook al lijkt de depressie voorbij. Het kan namelijk zijn dat de steun van de medicijnen nog nodig is, en dat zonder de medicijnen de depressie terugkeert.
De medicijnen kunnen bijwerkingen hebben, bijvoorbeeld een droge mond, moeilijk plassen en moeite met de ontlasting. Voor meer informatie over medicijnen en hun bijwerkingen: de arts, de apotheker en de bijsluiter van de medicijnen.